personen

Wim Kersten: De schoenverkoper die met zijn kiel Nederland veroverde

Wie aan Wim Kersten denkt, denkt meteen aan carnaval in Oeteldonk en aan hits over een keukendeur of bloemetjesgordijn. Maar achter de man van de vrolijke noten ging een bescheiden Bossche winkelier schuil die bekendheid maar een lastig bijverschijnsel vond. Dit is het verhaal van een schoenverkoper die, bijna tegen wil en dank, de vader van het Oeteldonkse lied werd. 

Wim Kersten met zijn Edison in café ’t Pumpke. Wim Kersten met zijn Edison in café ’t Pumpke (1988). Bekijk in beeldbank Erfgoed ’s-Hertogenbosch

Van de pasvorm naar de polonaise 

Willem Kersten (1924-2001) groeide op in een milieu waar hard werken de norm was. In de Bossche binnenstad had zijn familie sinds 1911 een schoenenzaak die hij later zelf zou overnemen. Hoewel zijn vader een mooie zangstem had en verdienstelijk op hobbyniveau dichtte, wees niets erop dat Wim de showbizz in zou gaan. 

Wim Kersten tijdens de openingsrevue van het Casino in 's-Hertogenbosch (1976). Wim Kersten tijdens de openingsrevue van het Casino in 's-Hertogenbosch (1976). © Fotoboek familie Kersten.

Zijn muzikale vorming begon met pianolessen van Theo Trimbos, de echtgenoot van een jeugdvriendin. Trimbos beschreef Wim als een leerling met aanleg, maar met een opvallend gebrek aan inzet. Met moeilijke muziekstukken moest je bij hem niet aankomen. Juist in de eenvoud zat zijn kracht. Het was diezelfde Trimbos die Wim aanspoorde om eens een liedje te schrijven voor het Kwèkfestijn, het jaarlijkse liedjesfestival in Oeteldonk. Wim werd tweede met het nummer 'Ge moet ut vuule' en ontdekte bij zichzelf zo een talent voor eenvoud en humor die het publiek direct inpakte. 

De schoenenzaak, zijn echte levenswerk 

Ondanks zijn latere landelijke roem bleef de schoenenzaak onder de naam W. Kersten in de Kerkstraat altijd zijn fundament. Wim was een ‘deeltijdprofessional’ die negen maanden per jaar gewoon in de winkel stond en slechts drie maanden de schijnwerpers opzocht. Tot 1989 woonde hij met zijn vrouw Rietje boven de zaak in de Bossche binnenstad. Het stel was op 4 mei 1948 getrouwd: van hun bruiloft zijn prachtige foto's gemaakt!  

Bruiloft van Wim Kersten en Riet Mulders (echtpaar in het midden). Bruiloft van Wim Kersten en Riet Mulders (echtpaar in het midden). Bekijk in beeldbank Erfgoed ’s-Hertogenbosch

In een interview met de Volkskrant uit 2017 herinnert zoon Willem Jan zich hoe zijn vader na een dag hard werken zijn goed gepoetste bruine schoenen verruilde voor pantoffels en zijn geruite colbertje aan een haakje hing. “Het ritme van de middenstand paste hem perfect: het schoenenseizoen liep van het voorjaar tot het najaar, waarna hij in november precies op tijd de ruimte had voor het carnaval. Zijn nuchtere houding vatte hij zelf treffend samen: Mijn platen lopen even lekker als mijn schoenen”. 

Schoenenwinkel Wim Kersten in de Kerkstraat.Schoenenwinkel Wim Kersten in de Kerkstraat. Bekijk in beeldbank Erfgoed ’s-Hertogenbosch

Een advertentie in carnavalskrant 'Mar u zien' uit 1972. Een advertentie in carnavalskrant 'Mar u zien' uit 1972. © Fotoboek familie Kersten.

De Twee Pinten: Een toevallig succesverhaal 

De landelijke doorbraak van Wim kwam in de jaren zestig met de formatie van De Twee Pinten. Het duo ontstond toen Wim Kersten hulp zocht om zijn muziek meer volume te geven, waarna hij in contact kwam met de Bossche animator en pruikenhandelaar Joep Peeters. De officiële vorming van het duo gebeurde in 1970, toen Peeters tijdens een repetitie van het nummer 'Bij ons staat op de keukendeur' spontaan inviel om mee te zingen. Platenmaatschappij Phonogram was direct overtuigd omdat hun twee stemmen perfect bij elkaar kleurden en samen een uniek geluid vormden. 

Een foto van De Twee Pinten in de VARA-gids uit februari 1971.
Een foto van De Twee Pinten in de VARA-gids uit februari 1971. © Fotoboek familie Kersten.

'Bij ons staat op de keukendeur' was in 1970 een gigantische hit voor De Twee Pinten. Hoewel de tekst over wijsheden op het behang en de deur ging, was het in werkelijkheid vooral de fantasie van Wim. Zijn vrouw Rietje hield het huis boven de schoenenwinkel veel te netjes om het werkelijk te laten volkalken met teksten. Het succes van de plaat was overweldigend: er werden 50.000 exemplaren van verkocht en hits als 'Zwaaien en zwieren' en 'Geef mij de liefde en de gein' volgden in rap tempo.

Roem? Doe mij maar een brandewijntje 

Terwijl Nederland aan de voeten van De Twee Pinten lag, voelde Wim Kersten zich steeds vaker 'geleefd'. De Twee Pinten traden in de carnavalsperiode soms wel dertig keer per maand op, wat voor de nuchtere schoenverkoper vreselijk was. Op een dag, staand voor een hossende menigte, fluisterde hij zelfs tegen Joep Peeters: "Ik wou dat ze zo eens kapotvallen". 
 
Wim was een man van gewoonten: op maandag kaarten in café Noord-Brabant, op dinsdag biljarten en na het werk even buurten bij collega-schoenenzaken voor een brandewijntje. Toen producer Gerrit den Braber eiste dat hij meer door het land zou toeren, was Wim duidelijk: "Daar doet deze kleine jongen niet aan mee". In 1974 verliet hij daarom De Twee Pinten. Hij wilde weer gewoon in zijn winkel staan en alleen carnaval vieren in zijn eigen Oeteldonk. De Twee Pinten ging door, Rein Matrona was de opvolger van Wim. 

Toon Hermans in Hotel Central met Wim Kersten en Joep Peters (1971). Toon Hermans in Hotel Central met Wim Kersten en Joep Peters (1971). Bekijk in beeldbank Erfgoed ’s-Hertogenbosch

Eens in de vier jaar een dame 

In de tijd dat Wim geen deel uitmaakte van een zanggroep begon hij wel met een eervolle en unieke rol in de Oeteldonkse traditie: die van Hendrien, de huishoudster van Peer vaan den Muggenheuvel. Deze rol, die volgens het Oeteldonkse protocol altijd door een man wordt vertolkt, mocht Wim tussen 1976 en 1992 op zich nemen. Het was een exclusief optreden, want Hendrien mag haar baas alleen in schrikkeljaren op carnavalszondag vergezellen tijdens de intocht. Voor Wim was dit een rol met een bijzondere familieband; de allereerste vertolker van Hendrien in 1927 was namelijk Jan van Kempen, een oom van Wim (van moederskant). Zo gaf de schoenhandelaar uit de Kerkstraat jarenlang op geheel eigen wijze invulling aan het protocol, zittend naast de Peer. 

Hendrien, de huishoudster van de Peer (Wim Kersten) aan het woord tijdens de ontvangst op het Stadhuis in 1976.
Hendrien, de huishoudster van de Peer (Wim Kersten) aan het woord tijdens de ontvangst op het Stadhuis in 1976. Bekijk in beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Wim Kersten voor de laatste keer als Hendrien tijdens zijn afscheidsreceptie in 1991. Wim Kersten voor de laatste keer als Hendrien tijdens zijn afscheidsreceptie in 1991. © Fotoboek familie Kersten.

De Viltjes 

Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. De carnavalsmuziek had een luide lokroep. Na een pauze vormde Wim met goede vriend Marius van der Velden en bekende kunstfluiter Tony Faas een nieuw muziekensemble: De Viltjes. In 1980 leidde dit tot zijn meest iconische hit: 'Bloemetjesgordijn'. 

Wim Kersten en Marius van der Velden (rechts) met de single 'Iedere avond wordt het donker' uit 1987. Wim Kersten en Marius van der Velden (rechts) met de single 'Iedere avond wordt het donker' uit 1987. © Fotoboek familie Kersten.

Het idee ontstond simpelweg toen Wim 's ochtends in bed van zijn vakantiehuis in Vught lag en het zonlicht door het gordijn zag vallen. Hij zei tegen zijn vrouw Riet: “Weet je wat ik wel zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn”. 

Meer dan een carnavalszanger 

Hoewel Wim Kersten voor het grote publiek de man van het carnaval was, had zijn oeuvre veel meer diepgang. Zijn liedjes werden omschreven als "eenvoud met inhoud". Hij schreef in totaal 129 nummers waaronder het melancholische 'Er is een Amsterdammer doodgegaan'. Het lied was een inzending bij gelegenheid van 700 jaar Amsterdam. Van de 455 kandidaten werd Wim de winnaar. Dit nummer, prachtig vertolkt door Johnny Kraaikamp sr., toonde aan dat Kersten ook buiten het feestgenre een begenadigd tekstschrijver was. Wim Kersten heeft gedurende zijn carrière verschillende prestigieuze prijzen en eerbetonen ontvangen voor zijn bijdrage aan de Nederlandse (carnavals)cultuur: 

  • In 1988 ontving hij een Edison, een van de belangrijkste Nederlandse muziekprijzen. 
  • In 1990 kreeg hij de De Moeder Truus Poffer, een onderscheiding die jaarlijks na carnaval (halfvasten) wordt uitgereikt aan een persoon of instelling die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor 's-Hertogenbosch. 
  • Van de stad 's-Hertogenbosch ontving hij in 1996 een erepenning of het ere-stadsburgerschap als erkenning voor zijn inzet voor Oeteldonk (voor onder andere het bejaardencarnaval). 

Wim Kersten op bezoek in het Sint Nicolaasziekenhuis in Waalwijk (1977). Wim Kersten op bezoek in het Sint Nicolaasziekenhuis in Waalwijk (1977). © Fotoboek familie Kersten.

Wim Kersten voor een interview van de krant in 1989. Wim Kersten voor een interview van de krant in 1989. © Fotoboek familie Kersten.

Een erfenis van vrolijkheid 

Wim Kersten bleef tot het einde trouw aan zijn stad en zijn stijl. Na het overlijden van zijn vrouw Rietje in 1999 kon hij zijn draai niet meer vinden. In 2001 overleed hij zelf, hij was klaar om te gaan. 

Zijn muziek leeft echter voort. In 2021 werd 'Bij ons staat op de keukendeur' door het publiek van Omroep Brabant verkozen tot de populairste carnavalskraker aller tijden. Voor een man die roem nooit zocht en het liefst op een terrasje bij café 't Pumpke zat, is dat een eerbetoon dat precies past bij de betrekkelijkheid die hij altijd predikte. 

Zoals Wim zelf al zong: "Lekker is maar ene vinger lang," maar zijn liedjes hangen nog altijd als een warm bloemetjesgordijn over Nederland. 

Wim Kersten op het podium (1994). Wim Kersten op het podium (1994). Bekijk in beeldbank Erfgoed ’s-Hertogenbosch

Ook interessant

De gezinswoningen van het Bossche garnizoen

bouwwerken
De gezinswoningen van het Bossche garnizoen

In de Bossche wijk Het Zand is een interessant stukje bouwhistorie terug te vinden. Rond 1900 zijn hier woningen gebouwd voor gehuwde militairen en hun gezin. Het is het interieur dat ons meer kan vertellen over het leven in de woningen.

Kind van een Molukse KNIL-militair

personen
Kind van een Molukse KNIL-militair

Ton Latuhihin kwam in 1951 als kind van een Molukse KNIL-militair naar Nederland. Het hele gezin belandde in voormalig concentratiekamp Vught.