personen

Kind van een Molukse KNIL-militair

Ton Latuhihin kwam in 1951 als kind van een Molukse KNIL-militair naar Nederland. Het hele gezin belandde in voormalig concentratiekamp Vught. De herinneringen aan die tijd roepen gemengde gevoelens op bij Ton: “Voor ons als kinderen was woonoord Lunetten een hele mooie plek, gewoon ideaal. Maar voor mijn ouders was het echt een kwestie van overleven.” 

Tons familie had op dat moment jaren van oorlog achter de rug in voormalig Nederlands-Indië. Na een dienstbevel vertrokken ze per schip naar Nederland. Nog voor het gezin aan wal ging, kwam Tons vader tot de conclusie dat hij belazerd was. Voor de tentoonstelling Nederlands-Indië vergeten wij nooit vertelt Ton zijn familieverhaal. 

Ton met tastbare herinneringen aan zijn familiegeschiedenis.Ton met tastbare herinneringen aan zijn familiegeschiedenis.

De Molukken 

“Mijn vader is in 1924 op het eiland Ambon geboren. In Latuhalat, dat is een streekdorp in het zuiden”, vertelt Ton. Ambon is een van de meer dan duizend eilanden van het huidige Indonesië. Het ligt in eilandengroep de Molukken in het oosten van het land. Ton: “Indonesië is heel groot. Vierduizend kilometer hemelsbreed. Als je het op Europa plakt dan is dat van Engeland naar Turkije.” 

Overzichtskaart uit 1901 van voormalig Nederlands-Indië.Overzichtskaart uit 1901 van voormalig Nederlands-Indië. De pijl wijst naar Ambon. Collectie Boston Public Library.

Uitsnede van de overzichtskaart met de locatie van Ambon uit 1901.
Uitsnede van de overzichtskaart met de locatie van Ambon uit 1901. Collectie Boston Public Library.

De Molukken vormen een bijzondere eilandengroep. De geschiedenis wijkt af van andere delen van Indonesië. Het was op eilanden in het zuiden waar de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1605 haar eerste hoofdkwartier voor de specerijenhandel vestigde. Om precies te zijn: in het fort Victoria op Ambon.  

Ton: “Ze kwamen voor cengkeh, dat is kruidnagel. Een uitzonderlijk kruid dat heel gewild was in het westelijk deel van de wereld. Daar konden ze heel veel mee verdienen en dat groeide alleen op de Molukken.” 

Schilderij van Ambon met in het midden fort Victoria en rechts de eerste Nederlandse gouverneur Frederik Houtman, 1617.Schilderij van Ambon met in het midden fort Victoria en rechts de eerste Nederlandse gouverneur Frederik Houtman, 1617. Bekijk in Rijksstudio.

Het KNIL 

Drie eeuwen na de kolonisatie door de VOC beheerste Nederland het hele leven op Ambon. “Je had zeg maar ‘het gezag’, zoals dat dan heette en dat waren de Nederlanders”, legt Ton uit. “Zij beheersten op dat moment de hele maatschappij. De scholen, de bedrijven. Dus als je bijvoorbeeld werk moest hebben, dan moest dat via de Nederlanders. Je had geen Molukse bedrijven of instellingen. Dat was er gewoon niet.” 

In deze wereld groeide zijn vader Johannes Latuhihin op. Ton: “Mijn vader heeft zich in 1946 opgegeven voor het KNIL. Dat was de enige manier om inkomen te hebben voor zichzelf en in de toekomst voor een gezin. Ander werk was er niet. Alleen een heel select groepje kon zich een opleiding veroorloven om bijvoorbeeld onderwijzer te worden.” 

Opleidingskazerne van het KNIL op Ambon, 1948.Opleidingskazerne van het KNIL op Ambon, 1948. Bekijk in beeldbank Nationaal Archief.

Opleiding van KNIL-militairen op Ambon, 1945. Opleiding van KNIL-militairen op Ambon, 1945. Bekijk in beeldbank Nationaal Archief.

Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) was een speciaal leger dat de Nederlandse koloniale belangen moest beschermen. Al vanaf de 19e eeuw rekruteerde het KNIL veel Molukkers, omdat zij trouw waren aan het Nederlandse gezag en bekend stonden als moedige militairen. “De Molukse KNIL-militairen waren voornamelijk Ambonees of kwamen van buureilanden”, vertelt Ton. “Mijn vader is opgeleid op Ambon zelf. Toen hij in 1947 klaar was, is hij naar Jakarta gegaan. Dat heette toen nog Batavia.” 

Oorlog op Java 

Die aankomst in Batavia op het eiland Java verliep moeizaam vertelt Ton: “In de haven van Tanjung Priok werd hij opgehaald door een vrachtwagen met Nederlandse chauffeur. Die vroeg: ‘Waar moeten jullie naartoe?’ Maar mijn vader en zijn kompanen kenden geen Nederlands, dus die wisten niet wat hij nou precies vroeg. Toen werden ze gewoon rechtstreeks naar het front gebracht! Terwijl ze eigenlijk nog tien dagen rust zouden krijgen.” 

Militairen op de kade van Tanjung Priok op Java, 1948. Militairen op de kade van Tanjung Priok op Java, 1948. Bekijk in beeldbank NIMH.

Op Java woedde op dat moment al twee jaar een hevige strijd: de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 hadden Indonesische nationalisten het Nederlandse gezag verworpen en de onafhankelijke Republiek Indonesië uitgeroepen.  

Het verlangen naar vrijheid - na eeuwen van onderdrukking en uitbuiting - kwam onder andere op de eilanden Java en Sulawesi tot een gewelddadige uitbarsting. Iedereen met een link naar Europa was zijn leven niet zeker.  

Nederland wilde het geweld van de onafhankelijkheidsstrijders op de eilanden stoppen en weigerde bovendien de macht in de lucratieve kolonie Nederlands-Indië op te geven. Zowel het Nederlandse leger als het KNIL moest ingrijpen onder het mom van ‘politionele acties’.  

Kaart van de gebieden waar Tons vader met bataljon 10 van de W-Brigade in actie is gekomen.Kaart van de gebieden waar Tons vader met bataljon 10 van de W-Brigade in actie is gekomen.

“Mijn vader heeft de eerste en de tweede politionele actie meegemaakt”, vertelt Ton. Als KNIL-militair vocht Johannes Latuhihin dus samen met de Nederlanders tegen de onafhankelijkheidsstrijders. Ton: “Hij was gewoon bezig met zijn taak als militair. Als je ging kiezen voor de onafhankelijkheid op dat moment, dan koos je eigenlijk voor de Javaanse kant. Dat was ook niet de bedoeling van de Molukse mensen die in het oosten van Indonesië woonden.” 

Geboren in oorlogstijd 

“Mijn vader was eind 1947 of begin 1948 in Pemalang gestationeerd en heeft daar mijn moeder Patum ontmoet.”, vertelt Ton verder. “Zij was Javaans, ja. Ze zijn getrouwd en ik ben zelf in 1949 op Java geboren.” Dat Johannes als KNIL-militair vocht tegen de Javaanse onafhankelijkheidsstrijders speelde volgens Ton geen rol. “Er zijn meer Molukse militairen met Javaanse vrouwen getrouwd. Ik heb de indruk dat dit in die periode geen uitzonderlijke situatie was.” 

Tons moeder Patum (links), Tons vader Johannes en Patum's zus, rond 1948.Tons moeder Patum (links), Tons vader Johannes en Patum's zus, rond 1948.

Over de oorlog vertelde Tons vader weinig. “Dat is echt typisch. Ik denk dat hij vond dat wij het niet hoefden te weten. Die gezagsverhouding tussen ouder en kind was zodanig dat je dat niet ging vragen. Dat was not done. Dat doe je gewoon niet.” 

Gedwongen naar Nederland 

“Op een gegeven moment was de koloniale oorlog afgelopen”, vertelt Ton. “Op 27 december 1949 werd een overeenkomst getekend waarin de machtsoverdracht werd geregeld van Nederland naar de Verenigde Staten van Indonesië, waar Oost-Indonesië en de Molukken deel van uitmaakten. Bij die overdracht werd het KNIL opgeheven.” 

Dit veroorzaakte een groot probleem voor de Molukse KNIL-militairen die nog op Java waren. Ton: “Wat moet je met die ruim vierduizend mannen die allemaal gevochten hebben voor Nederland? Toen heeft Nederland gezegd: jullie kunnen ter plekke demobiliseren. Dan ben je militair af en moet je daar opgaan in de maatschappij. Terwijl, je zit op een ander eiland. Dat is een Javaanse gemeenschap en vijandelijk gebied in feite, hè. En je zit daar vanwege de Nederlandse overheid.”  

“De rechter moest er aan te pas komen om Nederland te verbieden de Molukse militairen daar te laten demobiliseren”, vertelt Ton verder. “Uiteindelijk kregen ze het dienstbevel om met vrouwen en kinderen naar Nederland te komen, tijdelijk. Maar dat was niet tijdelijk. Wij zitten hier nog steeds.”  

Dienstbevel dat de Molukse KNIL-militairen naar Nederland moesten reizen.
Dienstbevel dat de Molukse KNIL-militairen naar Nederland moesten reizen. Weigering betekende onmiddellijk ontslag.

Belazerd 

Over de reis vertelt Ton: “In 1951 zijn wij met de boot Nieuw-Australië naar Nederland gegaan. Op 29 april om ongeveer 11:00 uur ’s morgens zijn we aangekomen in Amsterdam.” Maar eenmaal aangekomen, mochten de Molukse gezinnen niet meteen van boord. “We moesten wachten tot de volgende dag, want 30 april was Koninginnedag. Toen kwam een overste aan bood die alle mannen liet aantreden. Hij schreeuwde: ‘Vanaf nu zijn jullie burgers!’ Dat is ontslag uit militaire dienst.”  

Aankomst van Ambonese families in Rotterdam op het schip Kota Inten. Aankomst van Ambonese families in Rotterdam op het schip Kota Inten. Bekijk in beeldbank Nationaal Archief.

KNIL-militairen op de Kota Inten met een officier van het Nederlandse leger. KNIL-militairen op de Kota Inten met een officier van het Nederlandse leger. Bekijk in beeldbank Nationaal Archief.

Ton herinnert zich nog goed hoe zijn vader reageerde: “Hij zei: ‘Nou ja, ik ben belazerd! Als ik geweten had dat dit het uiteindelijke doel was dan was ik niet meegegaan.’ Ze hebben ons gewoon belazerd.”  

Het gezin Latuhihin had net als de andere Molukkers aan boord geen andere keuze dan mee te gaan in het plan van de Nederlandse overheid. Die verspreidde de gezinnen over tijdelijke woonruimtes in heel Nederland. “We zijn eerst naar Amersfoort gegaan, daar werden we medisch gekeurd”, herinnert Ton zich. “Daarna zijn we naar woonoord Beugelen bij Staphorst vervoerd.” Samen met vierhonderd anderen belandde het gezin Latuhihin in oude barakken en loodsen van het Amerikaanse leger. Ton: “Mijn zus en broer zijn daar geboren.” 

Ton (rechts) met zijn broer en zussen.Ton (rechts) met zijn broer en zussen.

Vader, broer en zussen van Ton.Vader, broer en zussen van Ton.

Herinneringen aan de eerste winter in Nederland zijn Ton ook bijgebleven. Met een lach vertelt hij: “Het was koud en de bomen waren allemaal kaal. Toen dacht ons vader van: hé, die bomen zijn dood en wij hebben hout nodig. Hop omkappen. Maar ja, later werd dus verteld: ‘Die bomen zijn niet dood, alleen de bladeren zijn eventjes weg. Die komen weer terug.’ Seizoenen, dat kenden we niet.” 

Van kamp naar woonoord 

Verspreid over heel Nederland werden de Molukkers in oude loodsen, kazernes en zelfs voormalige concentratiekampen gestopt. Ton: “Na drie jaar in Beugelen zijn wij naar woonoord Lunetten gegaan. Dat is samengesteld vanuit concentratiekamp Vught. Voor ons als kinderen was het een hele mooie plek met veel ruimte en groen. Je kon de bossen in, naar de IJzeren man. Je had heel veel vrienden, want het was heel kinderrijk. Maar voor onze ouders was het anders.” 

Dat had alles te maken met de leefomstandigheden in het voormalige kamp. Ton: “Wij kregen hier één kamertje van drie bij vijf, voor een gezin met drie kinderen hè. Dat was niks. Iedere halve barak had twintig kamertjes. Die zaten aan een lange gang met daarachter de gezamenlijke wc en wasruimte. In de centrale keuken kreeg je eten. In de topjaren woonden er ruim drieduizend mensen in de barakken. Dus het was echt een kwestie van overleven.” 

Voetballende kinderen in woonoord Lunetten in 1951. Voetballende kinderen in woonoord Lunetten in 1951. Bekijk in beeldbank BHIC.

Achter ieder deur een kamertje in een barak.
Achter ieder deur een kamertje in een barak. Woonoord Lunetten in 1970. © Woonoord Lunetten 50 jaar, een beeld zegt meer dan 1000 woorden (1951-2001).

Niet meer terug 

Uiteindelijk haalde de Nederlandse regering 12.500 Molukse militairen en hun families naar Nederland. De overheid beloofde zich in te zetten voor een vrije Zuid-Molukse Republiek als deelstaat in Indonesië, zodat al deze mensen veilig terug naar huis konden. Maar die belofte bleek ijdele hoop, omdat de nieuwe Indonesische leiders absoluut geen republiek met deelstaten wilden.  

Molukkers op Ambon hadden op 25 april 1950 hun eigen republiek uitgeroepen: de Republik Maluku Selatan (RMS). Indonesië maakte met militair ingrijpen de afscheiding ongedaan. Uit Nederland kwam geen hulp. Tot hun grote woede, verdriet en frustratie hadden de Molukkers in Nederland geen andere keuze dan een nieuw bestaan op te bouwen aan de andere kant van de wereld.  

Woonoord Lunetten in 1972.Woonoord Lunetten in 1972.

Ton: “Je kreeg drie gulden per volwassene en twee gulden per kind. Daar moest je het mee doen. Maar je hebt allerlei behoeftes dus moesten ze iets verzinnen om aan geld te komen. Dus ze gingen bijvoorbeeld werken bij boeren. Appels plukken, peren plukken. Dag na dag, je had niet veel te kiezen.” 

Molukse gemeenschap in Vught 

In de jaren 1980 kregen de bewoners van woonoord Lunetten opnieuw een grote tegenvaller te verwerken. Ze moesten verhuizen. Ton: “Voor de regering was het zaak om Lunetten op te heffen. Maar wij woonden hier en er werden geen oplossingen aangedragen.”  

Ton in woonoord Lunetten (1978).Ton in woonoord Lunetten, 1978.

Als voorzitter van de kampraad speelde Ton een belangrijke rol in het behoud van woonoord Lunetten. “Wij wilden gewoon hier blijven. Deze plek heeft zoveel waarde voor ons, we woonden hier al 35 jaar”, legt hij uit. “Uiteindelijk werden er veel rechtszaken aangespannen om ons weg te krijgen. Dit duurde echt lang, maar we hebben ze allemaal gewonnen via de huurbeschermingswet. Op 14 oktober 1989 is overeengekomen dat de Molukkers mochten blijven met gerenoveerde woningen.”  

Minister Brinkman en kampraadsvoorzitter Ton Latuhihin in het politiebureau Vught, 03-02-1989.Minister Brinkman en kampraadsvoorzitter Ton Latuhihin in het politiebureau Vught, 3 februari 1989. Fotograaf: Otto Tatipikalawan.

Gezamenlijke geschiedenis 

Ton woont nog steeds in het woonoord. “Omdat ik gevochten heb om deze plek te behouden”, vertelt hij. “We zijn gehecht aan de plek en hebben hier allemaal een gemeenschappelijke geschiedenis. Dat is heel uniek, weet je. Hier is veel meer begrip en respect.”  

Woonoord Lunetten vandaag de dag.
Woonoord Lunetten vandaag de dag. © Het Klaverblad, 12 april 2021.

Hij is ook nog steeds strijdbaar voor de Molukse belangen. “Nederlanders en Molukkers hebben een gezamenlijke geschiedenis en die moet verteld worden. Het feit alleen al dat ik hier ben, waarom wij in Nederland zijn. Dat is door toedoen van Nederland, vanwege de cengkeh, de kruidnagel. Dat verhaal is misschien niet overal leuk en fijn, maar dat hoort er gewoon bij.” 

Ton met een schip gemaakt van cengkeh, kruidnagel.Ton met een schip gemaakt van cengkeh, kruidnagel.

Ook interessant