archeologie

Eten en drinken in de Romeinse tijd

Bij het brengen van een dierenoffer aan de godheid hoorde allicht ook een maaltijd: het vlees was er immers al. Want de goden kregen de ingewanden, maar de biefstukjes en koteletjes nuttigden de priesters en de gelovigen zelf. Zeker als dat bij de tempel zelf gebeurde, zal het een ceremoniëel en plechtig gebeuren zijn geweest. De gemeenschappelijke maaltijd was dan symbolisch voor de verbondenheid tussen god en mens. De vondst van veel dierlijk botmateriaal (slachtafval!), vaatwerk en amforen laat zien dat ook in het tempelcomplex van Empel rituele feestmaaltijden zijn gehouden.


Uit de gevonden scherven is een grote olijfolieamfoor gerestaureerd. Op het oor staat het stempel van de fabrikant: M F V. Wat dat betekent, weten we (nog) niet.

Een 3D-scan van de olijfolieamfoor.

Vlees op tafel

Bij de opgraving van de tempel van Empel zijn zo’n 3.500 botten en botfragmenten verzameld. Dat was uitsluitend dierlijk materiaal; menselijke skeletresten zijn niet gevonden. Zoals te verwachten viel, is het overgrote deel van het botmateriaal rund, varken of schaap/ geit (de botten van schaap en geit zijn niet te onderscheiden).  Alle onderdelen van het skelet zijn vertegenwoordigd, waaruit af te leiden valt dat de dieren bij de tempel zelf zijn geslacht. Opvallend is dat meerderheid van de runderen geslacht is wanneer de dieren 1,5 tot 2,5 jaar oud waren: zo had Hercules Magusanus (of de priester…!) ze blijkbaar het liefst. Runderen die in de nederzettingen werden geslacht, waren doorgaans 4 jaar oud.

Het botmateriaal is bewaard gebleven en niet verteerd, omdat het op dieper niveau begraven lag. Het is als slachtafval gedumpt in kuilen of in de waterputten toen die buiten gebruik werden gesteld. De kuilen dateren van voor de bouw van de stenen tempel, de waterputten horen bij de fase van de Gallo-Romeinse tempel zelf. Uit het onderzoek blijkt dat in de eerste periode –voor de bouw van de stenen tempel- rundvlees de helft van de consumptie uitmaakte. Maar in de tweede periode –die van de tempel zelf- is dat aandeel gehalveerd: in plaats daarvan wordt er veel meer varken genuttigd. Omdat ook in de Romeinse legerkampen meer varkensvlees werd gegeten dan in de landelijke nederzettingen, wordt wel aangenomen dat in de stenen tempel meer militairen dan voorheen kwamen offeren.


Schedels van schaap/ geit en varken, gevonden in een van de waterputten van de Gallo-Romeinse tempel.

Romeins eten

Het mediterrane karakter van de maaltijd weerspiegelt zich in het gebruik van wijn en olijfolie. De laatste werd aangevoerd in grote amforen uit Zuid-Spanje. Een bronzen wijnzeef werd gebruikt om de wijn te zuiveren. Het was namelijk gewoonte om kruiden toe te voegen. Voordat de wijn gedronken werd, goot men die door de zeef om de kruiden er weer uit te halen. Naast de wijnzeef is meer serviesgoed van brons gevonden: scheplepel, kruikamfoor, drinkbeker, steelpan. Samen met (teruggevonden scherven van) borden, schalen, bekers en kruiken van Romeins aardewerk laten ze zien dat de tafel rijkelijk gedekt was. Het duidt aan hoezeer de bevolking was geromaniseerd: de Romeinse cultuur was in dit deel van de provincie gemeengoed geworden!


Een bronzen wijnzeef om de wijn te zuiveren (ca. 30 cm lang).

Zie ook

Kijk voor andere verhalen, vondsten en vindplaatsen op: Romeinen in 's-Hertogenbosch.

Meer over Romeinen
Ook interessant