bouwwerken

Een houten stad: vakwerk in 's-Hertogenbosch

Bakstenen gebouwen zijn sinds de late middeleeuwen dominant in het Nederlandse straatbeeld. Dit komt door het ontbreken van grote bossen en de overvloedig aanwezige klei waarvan we baksteen kunnen maken. Toch was met name in de vroegste fase van ’s-Hertogenbosch het bouwen in hout en vakwerk gebruikelijk. Hoe zagen de huizen in stad er toen uit?


Geschematiseerde weergave van een vakwerkhuis met zelfdragend houtskelet

  • Stijl (A) en een gebintbalk (B) vormen samen een gebint
  • Tussen de stijl en de gebintbalk zijn korbeels (C) geplaatst
  • De gebintplaat (D) verbindt de gebinten
  • Schoren (E) zorgen voor stijfheid
  • Regels (F) tussen de stijlen van de gebinten vormen de vakken voor wandvulling 
  • Op de gebintplaat staan de sporen van het dak met bovenin een haanhout (G)
  • De hele constructie staat op een voetmuur (H) van baksteen

Vakwerkhuizen

In ’s-Hertogenbosch woonde de bevolking in vakwerkhuizen. Deze gebouwen waren opgetrokken met een houtskelet. Zo’n constructie (zie afbeelding hierboven) bestond uit stijlen en balken waarmee de bouwers zogenaamde gebinten maakten.

Regels en schoren verbonden de gebinten. Zo ontstonden wanden die de bouwers met vlechtwerk en leem of baksteen konden vullen. Om de schuine top van de gevels aan de voor- en achterzijde af te werken, gebruikten ze vaak houten planken.


De voorgevel en het gereconstrueerde houtskelet van Hooge Steen weg 28. In rood het gevonden metselwerk. In bruin het houtskelet. In geel een reconstructie o.b.v. de vondsten en in wit de overige veronderstelde delen van het vakwerkhuis.

Verrotte stijlen

De vroegste Bossche voorbeelden van vakwerkbouw zijn gevonden binnen de eerste ommuring van de stad. Het ging toen om huizen waarin de bevolking vee hield, maar ook een ambacht uit konden oefenen. Voor de stevigheid waren de stijlen van de gebinten ingegraven op een afstand van 1,5 tot 2 meter uit elkaar.

Het ingraven van stijlen had als nadeel dat het hout in de grond snel wegrotte. Rond het midden van de dertiende eeuw, toen baksteen gangbaarder werd en de eerste bakstenen huizen verschenen, veranderde ook de vakwerkbouw.

In plaats van ingraven, begon de bevolking stijlen op lage bakstenen fundering te plaatsen. Dit noemen we een voetmuur. De levensduur van de constructie nam hierdoor aanzienlijk toe. Toch zien archeologen dat houtbouw op voetmuren na 1325 geleidelijk afnam.

Oudste en jongste vakwerk in de stad

Van de dertiende-eeuwse huizen met voetmuren is in ‘s-Hertogenbosch enkel het metselwerk in de grond bewaard gebleven. Bij twee huizen uit de vijftiende eeuw is deze opzet nog gedeeltelijk aanwezig.


Afbeelding 2. De voorgevel van Hinthamerstraat 47 met links de nog steeds bestaande toegang tot de steeg. Bruin is het oorspronkelijke hout dat we hebben aangetroffen. In geel wat we aan de hand van de vondsten hebben gereconstrueerd. Wit is vermoedelijk aanwezig geweest.

De oudste hiervan is vermoedelijk Hinthamerstraat 47. Dit pand zou kort na de stadsbrand van 1419 gebouwd kunnen zijn. Het bestond uit een begane grond en een zolder. Waarschijnlijk diende het als woning van een eenvoudige ambachtsman.

Een ander voorbeeld is Hooge Steenweg 28. Dit huis van rond 1500 is twee bouwlagen hoog en is gebouwd met zogenaamde etagegebinten. De vakwerkgevel is maar aan één kant van het huis gemaakt. Voor de andere kant is gebruikgemaakt van de bakstenen zijgevel van de buurman.


De huizen aan de Brede Haven 49 en 50 in 1652 

Het jongste voorbeeld van vakwerkbouw in ’s-Hertogenbosch dateert waarschijnlijk uit 1566. In dat jaar zijn 26 soldatenbarakken gebouwd aan de Brede Haven. Bij de sloop van de nummers 49 en 50 in 1975 ontdekten we de resten van zo’n barak. Deze konden we nog op tijd documenteren.

Brandmuren en scheidingswanden

Behalve in de buitengevels zien we vakwerk ook in stenen huizen als scheidingswand. Het vermoedelijk oudste voorbeeld hiervan bevond zich tot 1960 in de kapconstructie van De Moriaan.


De marktzijde van de vakwerkwand in De Moriaan in 1961 en een reconstructie van de wand 

Latere voorbeelden uit de vijftiende en zestiende eeuw zijn gevonden bij Vughterstraat 178. Hier is een vakwerkwand gebruikt als gevel langs een overbouwde steeg. Een ander voorbeeld zagen we in het pand aan Hinthamerstraat 33, waar de gang in het achterhuis was afgescheiden.

Vakwerk binnnenwanden kwamen ook voor als ‘brandmuur’ tussen het voor- en achterhuis en als scheiding tussen twee kamerwoningen. Van deze laatste toepassing zijn resten gevonden in Gasselstraat 12 en tussen Schilderstraat 9 en 11. Deze huizen waren ook gebouwd met een houtskelet dat mogelijk aan de straat uit vakwerk bestond.


Voorgevels in 2004 en reconstructie van het houtskelet en de vakwerkwand tussen Schilderstraat 9 en 11. Bruin en rood is oorspronkelijk hout en baksteen dat is aangetroffen. In geel en roze wat we aan de hand daarvan hebben gereconstrueerd. In wit wat vermoedelijk aanwezig is geweest.

Het verdwijnen van vakwerkbouw

Vakwerkbouw nam vanaf de veertiende eeuw geleidelijk af in ’s-Hertogenbosch. Maar nog zeker tot de tweede helft van de zestiende eeuw pasten Bosschenaren het in beperkte mate toe.

Het vakwerk is verdwenen om verschillende redenen. Denk bijvoorbeeld aan de twee grote stadbranden in 1419 en 1463. Ook was het bouwen in baksteen steeds goedkoper. Een houten huis werd iets voor de minder welgestelden.

Dit zien we duidelijk aan de paar vakwerkhuizen uit de vijftitende en zestiende eeuw die nog over zijn in ’s-Hertogenbosch. Dit waren kleine ambachtswoningen en huizen met maar één kamer. Houten voorgevels daarentegen, die constructief niet verschilden van vakwerk, kwamen in de vijftiende en zestiende eeuw wel veel voor, ook bij de ‘rijke huizen’.

Dit is een samenvatting van een artikel dat in Silva is gepubliceerd door bouwhistoricus Maarten Enderman. Meer weten? Lees dan het volledige artikel in ons wetenschappelijk tijdschrift Silva (Nummer 1 - juni 2020).

Ook interessant
bouwwerken

Snellestraat 28: Het Misverstant

Op de hoek van de Snellestraat en het Begijnstraatje staat een pand dat we al eeuwenlang kennen onder de naam “Het Misverstant”. Inderdaad, gespeld met een “t”; men hield er vroeger een wat losser spellingbeleid op na dan tegenwoordig.