voorwerpen

‘Wonderlijcke teekenen’ in de Sint-Jan

In de collectie van Erfgoed ’s-Hertogenbosch bevindt zich een curieus pamflet uit 1632. Het gaat over twee wonderen die gebeurd zouden zijn in de Sint-Jan en herbergt een bijzondere geschiedenis. Wat gaat er schuil achter dit obscure document met de ronkende titel: 'Vertooninge des leugenachtigen miraeckel-geest ofte wonderlijcke teeckenen die gebeurt soude zijn binnen de stads van s’Hertoghen-bos'?

Voorzijde pamflet over wonderen in de Sint-Jan
Voorzijde van het pamflet

‘Wonderlijcke teeckenen’

Het pamflet bestaat uit twee teksten. De eerste tekst is geschreven door een anonieme katholieke auteur, die zich beklaagt over het nieuwe protestantse regime sinds september 1629 (de "vermaledijde sekte"). De titel van het eerste verhaal luidt: 'Verhael vande wonderlijcke teeckenen die gebeurt zijn binnen s’Hertogen-bos ende de straffe die God onsen heere den predicanten van die vermaledijde secte toeghesonden heeft'.

De protestanten hebben de Sint-Jan tot hun nieuwe hoofdkerk gemaakt. Sindsdien zijn er, aldus de tekst, vele wonderen gebeurd. Overigens niet door tussenkomst van de Zoete Moeder, want dat beeld was op dat moment al in veiligheid gebracht. Twee wonderen worden uitgelicht.

‘Predikant van den duyvel’

In het eerste wonder beschrijft de auteur hoe de voornaamste predikant van de ketters (de "predikant van den duyvel") in de Sint-Jan wil preken. Er is daar een beeld van Christus, hangend aan het kruis, dat al veel wonderen had verricht. De predikant geeft het bevel om dat beeld te vernielen.

Nadat het beeld in stukken is gesmeten, geeft de predikant een preek zo vol heiligschennis dat het zelfs de ketterse soldaten te ver gaat. Daarop krijgt de predikant heftige pijn in zijn darmen. Zijn buik barst open en zijn ingewanden vallen op de grond. Hij verdwijnt naar de hel, met lichaam en ziel. Een dergelijk Christusbeeld is overigens niet bekend in de Sint-Jan.

Wapen op het pamflet
Wapen dat op de voorpagina van het pamflet staat

Zegel van Rutger van Diepenbroek uit 1479
Zegel van Rutger van Diepenbroek uit 1479 met waarschijnlijk hetzelfde wapen. Lees voor meer informatie het artikel in Silva 
(nr 2 - sept 2020)
 © Gelders Archief

Leger aan duivels

Het tweede wonder gaat over een sergeant gelegerd in ’s-Hertogenbosch. De sergeant krijgt geen promotie en is daar boos over. Hij loopt daarom over naar de vijand, het Staatse leger. Daar vertelt hij dat de stad een gebrek aan buskruit heeft en geeft ook andere adviezen. Met deze informatie wordt de stad vervolgens ingenomen.

De sergeant krijgt een ruime beloning en een mooie functie, maar binnen een paar dagen word hij getroffen door een soort aanval. Daarbij begint hij over zijn hele lichaam te schudden. Met een "schrickelijcke" stem waarschuwt hij de mensen die bij hem zijn om van hem weg te vluchten, want er komt een leger aan duivels aan om hem weg te voeren naar de hel. Daarna geeft hij zijn geest en vervloekte ziel over aan de duivel.

De leugenachtige mirakelgeest

Na het verhaal over de wonderen volgt het tweede stuk met de titel: 'Vertooninge des leughenachtigen miraeckel-geest'. Het is een berijmde tekst en heeft een volkomen andere inslag dan het 'Verhael'. Hoewel het nergens blijkt uit de vormgeving of een vermelding van auteurschap, is de 'Vertooninge' duidelijk van een andere hand dan het 'Verhael', en wel van een protestantse schrijver. Hij heeft het 'Verhael' aangegrepen om voor het gevaar van het katholicisme te waarschuwen. En dat doet hij zelfs op rijm. Dit wordt een hekeldicht of schimpdicht genoemd.

De vader van ‘t bedrogh, de stichter vande loghen,
die in den Paradijs ons ouders heeft bedroghen:
(…)
siet hoe hy hem ter jacht soo listigh weet te schicken,
‘t miraeckel is sijn net, de leughenen sijnen stricken.

De duivel gebruikt het katholieke geloof in wonderen om mensen van het juiste (protestantse) pad af te brengen. De auteur waarschuwt dat wonderen bijgeloof zijn, en geen deel uitmaken van de ware kerk van Christus. Door in wonderen te geloven, zet je je eigen ziel op het spel. In zijn eigen lezing herhaalt hij de twee mirakelen uit het 'Verhael'. Het lichaam van de predikant is niet verdwenen: hij heeft hem zelf (levend) aangetroffen. Het wonder van de sergeant is ook volkomen vals.

Oxaal en koepel van de Sint-Jan gezien vanaf het hoogkoor in 1632
Oxaal en koepel van de Sint-Jan gezien vanaf het hoogkoor in 1632 © Musée des
Arts Décoratifs Lyon

Prent van Gisbertus Voetius uit ca. 1793
Prent van Gisbertus Voetius uit ca. 1793 naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca. 1665 

Gisbertus Voetius

Hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt: de verhalen uit het 'Verhael' en de 'Vertooninge' hebben een basis in echte gebeurtenissen. De ‘predikant van den duyvel’ die met lijf en leden is afgevoerd naar de hel, is vermoedelijk Gisbertus Voetius geweest.

De van oorsprong Heusdense Gisbertus Voetius, of Gijsbert Voet (1589-1676), is een beroemd gereformeerd predikant. Tijdens het beleg van ’s-Hertogenbosch is hij actief als veldprediker. Samen met een aantal andere predikanten is hij verantwoordelijk voor het opzetten van de protestantse zielzorg in de ingenomen stad.

Eind november 1629 reist Voetius voor een paar weken naar Den Haag. Bij zijn terugkeer staan zijn vrienden versteld: in zijn afwezigheid is in ’s-Hertogenbosch en de Meijerij het gerucht rondgegaan dat hij dood zou zijn. Plots overleden, nadat hij tekeer zou zijn gegaan tegen het koperen kruis boven het Janskerkhof en een houten crucifix in de Sint-Jan, die te groot en te zwaar zijn geweest voor de katholieken om mee te nemen. Om het gerucht de wereld uit te helpen, wandelt Voetius demonstratief over de wallen en door de stad.

Klunzig

Toch is de kous niet af met Voetius’ wandeling. In 1632 wordt een pamflet gedrukt in Granada: 'Relatio mirabilium signorum, quae evenerunt Sylvae-ducis, et poenae, quam Deus Dominus noster maledictae sectae concionatoribus immisit'(vrij vertaald: ‘Een relaas over de wonderlijke tekenen, die gebeurd zijn in ’s-Hertogenbosch, en de straf die God onze Heer daarop heeft gestuurd aan de predikant van de vervloekte sekte’). Die tekst is vermoedelijk verwant aan het 'Verhael'.

Dat werk lijkt de eeuwen niet te hebben doorstaan, maar Voetius verwijst er zelf naar in een van zijn geschriften. Daar weerlegt hij puntsgewijs de beweringen uit het 'Relatio'. Voetius vermeldt ook een Nederlandse vertaling, met daaraan toegevoegd een ‘klunzige’ (‘inconcinne’ in het Latijn) tekst gebaseerd op zijn weerlegging: dat is onze 'Vertooninge des leugenachtigen miraeckel-geest'.

Klunzig of niet, het pamflet 'Vertooninge des leugenachtige miraeckel-geest' geeft een inkijkje in een turbulente periode in de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch, waarin twee partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. De gewapende strijd is dan al achter de rug, maar het conflict wordt voortgezet met pen en papier.

Dit is een samenvatting van een artikel dat in Silva is gepubliceerd door Lianne van Beek. Meer weten? Lees dan het volledige artikel in ons wetenschappelijk tijdschrift Silva (Nummer 2 - september 2020).

Ook interessant
bouwwerken

Sint-Janskathedraal

De Sint-Jan in de binnenstad van 's-Hertogenbosch wordt veelal beschouwd als het hoogtepunt van de Brabantse gotiek.