bouwwerken

Snellestraat 28: Het Misverstant. Dankt het zijn naam aan een begijntje?

Op de hoek van de Snellestraat en het Begijnstraatje staat een pand dat we al eeuwenlang kennen onder de naam “Het Misverstant”. Inderdaad, gespeld met een “t”; men hield er vroeger een wat losser spellingbeleid op na dan tegenwoordig.

Als je het hoekpand eens wat beter bekijkt slaat de schrik je om het hart. De topgevel hangt angstwekkend ver naar voren en dan die zijgevel! Ter hoogte van de vloer van de eerste verdieping lijkt wel een stomdronken metselaar aan het werk geweest te zijn. Het golft en deint, je zou er bang van worden.

De voorgevel van het pand aan de Snellstraat leunt angstaanjagend naar vorenVoorgevel van Snellestraat 28

Maar geen paniek, het pand staat echt niet op instorten. Dat was in de late jaren 60 wel anders. Het zwaar verwaarloosde pand verkeerde toen in erbarmelijke staat. Onder politieke druk werden acties gevoerd om het pand te behouden. Dat leek te lukken in 1969, toen zich een koper meldde die het wilde restaureren.

De bekende Bossche restauratiearchitect Jan van der Eerden ging aan de slag maar moest het al snel weer opgeven omdat de eigenaar failliet ging. Dus kocht de gemeente het pand om de voortgang van de restauratie te waarborgen. Het restauratieplan hield in dat er geen moeite zou worden gedaan om het pand weer helemaal haaks en recht te krijgen.

De filosofie van Van der Eerden leek eerder te zijn dat hij de invloed van de eeuwen blijvend wilde tonen. Een beetje in de trant van: het is oud, het heeft geleden en dat mag je best laten zien. Wel is er aan de binnenzijde een constructie aangebracht waaraan de gevels zijn verankerd. Gevaar voor instorten is er dus niet.

De zijgevel van 't Misverstant hangt angstwekkend scheefDe zijgevel van Het Misverstant

De gemeente verkocht het pand in 1973 aan de 'Confrérie des Amateurs du Vin' die er wijn en delicatessen wilden gaan verkopen. Dat plan vlotte niet en tenslotte opende in 1976, met respect voor de aloude naam van het pand, Rotisserie ‘t Misverstant de deur voor culinaire lekkerbekken. Met succes, de kok verwierf een Michelin-ster.

In 1995 kwam er een andere eigenaar en een nieuwe naam: Le Meprise. (Dat is goed Frans voor: Het misverstand). Daarna kwamen er weer andere uitbaters die helaas kozen voor andere namen. Sinds 2019 heet het de raadselachtige naam “The Shoege”.

Voorgevel van Het Misverstant
Het pand aan de Snellestraat in 2020

Huis 't Misverstant in vomber 1942Huis 't Misverstant in november 1942 Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Voorgevel van Het Misverstant

Begijnen in ’s-Hertogenbosch

De zijgevel van het pand ligt aan het Begijnstraatje, een steegje dat de Postelstraat verbindt met de Snellestraat. De naam van dit steegje verwijst naar de begijnen die ooit woonden in “Het Klein Begijnhof”, aan weerszijden van dit pittoreske straatje. Het gebied van het “Klein Begijnhof werd in 2002-2003 archeologisch onderzocht.

Het hofje wordt al in 1355 genoemd in de archieven. Vermoedelijk bestond het uit zo’n 20 huizen en huisjes. Hoeveel begijnen er woonden is niet na te gaan. Wel is bekend dat begijnen soms met meerderen een huis of zelfs een kamer deelden. Het is ook niet bekend hoe lang het een begijnhof is geweest.

Begijnstraatje gezien vanaf de Snellestraat, april 1951 © W. Heuveling
Begijnstraatje gezien vanaf de Snellestraat, april 1951 © W. Heuveling
Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Zeer waarschijnlijk behoorde ook (de voorloper van) ons pand “Het Misverstant” tot dit “Klein Begijnhof”. Op grond van bouwkundige kenmerken van vooral de gevel, wordt het huidige pand gedateerd in het begin van 17e eeuw, maar het zal vast een voorganger hebben gehad. We weten daarvan helaas niets, omdat het pand nooit echt bouwhistorisch onderzocht is. In de afgescheiden woningen van het achterdeel zouden best begijnen gewoond kunnen hebben.

In de stad was ook een “Groot Begijnhof”, dat lag vanaf de 13e eeuw aan de zuidzijde van de Sint Jan, waar nu de Parade is. Daar woonden in de hoogtijdagen (eind 16e eeuw) naar schatting zo’n 200 tot 300 begijnen. Dit begijnhof ging roemloos ten onder na de inname van de stad in 1629 door de Staatse troepen van Frederik Hendrik. Vanaf toen was het katholicisme verboden, de begijntjes stieren uit omdat er geen nieuwe aanwas kwam.

't Misverstant op de hoek van de Beijnstraat in 1938
Huis 't Misverstant op de hoek van de Begijnstraat in 1938 © Onbekend 
Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Het Misverstant in 1942
Het Misverstant in november 1942 
Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Begijnen, wat zijn dat eigenlijk?

De eerste begijnhoven ontstonden in ons land al in de 11e eeuw. Ongetrouwde vrouwen, jong, oud, arm of rijk, kozen bewust voor deze woonvorm, want alleen op deze manier konden ze hun persoonlijke vrijheid behouden bij de uitoefening van hun geloof. Ook hoefden ze niet, zoals bij intrede in een kloosterorde, afstand te doen van al hun aardse bezittingen en rechten. Zo konden ze een eigen huis en andere zaken bezitten.

Kloostergeloften legden ze niet af, wel beloofden ze vrijwillig arm te blijven, de oversten te gehoorzamen en ongehuwd te blijven (trouwen betekende verplicht vertrek uit het hofje). Het samenlevingsverband was dus niet alleen losser dan in een klooster, je hoefde je ook niet voor eeuwig te verbinden.

In de 14e eeuw wilde en kreeg het katholieke gezag meer grip op de begijnen. Zij moesten zich onder leiding stellen van kloosterlingen of een priester en gaan wonen in besloten hofjes die na zonsondergang werden afgesloten van de buitenwereld.   De begijnen besteedden het grootste deel van hun tijd aan religieuze verplichtingen. Daarnaast waren ze ook actief in de liefdadigheidssector, ze verzorgden zieken en armen en gaven les aan arme kinderen.

De laatste begijn van Nederland, Cornelia FrijtersDe laatste begijn van Nederland, Cornelia Frijters ©​ Begijnhof

Met de opkomst van de reformatie kregen begijnen het uiteraard moeilijk. Langzaamaan verdwenen de bewoonsters van de hofjes. Maar ze raakten niet helemaal uit beeld. Er bleven in de lage landen hier en daar nog begijntjes actief. De laatste Nederlandse begijn, Cornelia Frijters, overleed in 1990. Zij woonde bijna haar hele leven in het begijnhof van Breda.

Maar het was groot nieuws toen de laatste begijn ter wereld de laatste adem uitblies. Het bericht stond in alle Nederlandse en Belgische kranten: de 92-jarige Marcella Pattyn woonde, voor haar opname in het verpleeghuis, in het begijnhof van Kortrijk. Ze overleed in de nacht van 14 april 2013 in haar slaap.

Je kunt met recht stellen dat met haar dood een eind kwam aan een tijdperk.

Gedeelte van het Begijnstraatje rond 1950
Gedeelte van het Begijnstraatje rond 1950 © J.A.M. Roelands 
Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Was het wel een misverstand? De legende van dronkaards, bordelen en begijnen

Terug naar ons fraaie hoekpand aan de Snellestraat. Panden hadden vroeger allemaal namen, huisnummers bestonden niet. De naam verwees vaak naar het beroep of herkomst van de eigenaar/bewoner. Hoe Snellestraat 28 aan zijn naam is gekomen staat nergens in de archieven opgetekend.

Wel zijn er verschillende theorieën. Zo zijn er mensen die denken dat het te maken heeft met het jaartal 1147 dat de muurankers in de zijgevel zouden aangeven. Dat is inderdaad een misverstand want toen was onze stad nog niet gesticht….

Voorgevel van het huidige pand aan de Snellestraat

Maar er is ook een legende die de naam zou verklaren. Dat verhaal gaat als volgt:

In het hoekpand woonden enkele begijnen. Maar in het naastgelegen pand werd de dagelijkse boterham op een heel andere manier verdiend. Dat pand heette (toen en nu nog) “Het Swaentje”. Er hing ook een uithangbord met een zwaan erop buiten aan de gevel. En daarmee gaf het ook het beroep van de bewoonsters aan. Het was een “mot en ravothuis”, ofwel….  een bordeel.

Aan de huidige Visstraat was de grote handelshaven van de stad waar de hele dag hard gewerkt werd door sjouwers en dragers die de schepen moesten in- en uitladen. Velen van hen woonden in de wijk de Uienburg. Na een dag hard werken lokte uiteraard het koele gerstenat dat zo ruim voorradig was in onze stad met zijn vele bierbrouwerijen. Daardoor raakten de heren nogal eens boven hun theewater. En dan was er altijd wel één die op onvaste benen op zoek ging naar andersoortig vermaak.

Aangekomen in de Snellestraat zag de man niet alles even helder meer. Hij klopte met benevelde kop op de verkeerde deur; niet bij de dames van plezier maar bij de begijntjes! Het begijntje dat dan de deur open deed en de “behoeftige” ziel op de stoep zag staan reageerde dan, met vroom samengevouwen handen: “Och dat geeft niet hoor, het is een misverstand”.

Wat de legende niet vertelt is of ze dat zei toen hij nog op de drempel stond of toen ze hem (veel later) weer naar buiten liet…

We moeten hier echter wel bedenken dat alle legendes één ding gemeen hebben: het waarheidsgehalte is meestal zeer twijfelachtig. Waarvan akte.

Bronnen:

  • www.bossche-encyclopedie.nl
  • Bossche Bladen 2003; 2- 46 – 48: Bruijn, M. de en R. Jayasena: Het klein begijnhof was niet klein
  • NOS Nieuws Buitenland: 14/04/2013: Laatste begijn ter wereld overleden
  • Brabants Dagblad 03/11/1994: Henny Molhuysen: Achter de voorgevel: het Misverstant

Geschreven door Len Janssens

Ook interessant
bouwwerken

Een houten stad: vakwerk in 's-Hertogenbosch

Bakstenen gebouwen zijn sinds de late middeleeuwen dominant in het Nederlandse straatbeeld. Toch was met name in de vroegste fase van ’s-Hertogenbosch het bouwen in hout en vakwerk gebruikelijk. Hoe zagen de huizen in stad er toen uit?