gebieden

Markten in 's-Hertogenbosch tussen 1200 en 1800

Van oudsher was de markt dé plek om goederen en dieren te verhandelen. Iedere middeleeuwse stad organiseerde dan ook verschillende soorten markten. Ton Kappelhof onderzocht de Bossche markten in de periode 1200-1800. Daarbij stonden enkele vragen centraal: waar lagen de verschillende markten? Waarom juist daar? En hoe waren de markten gereguleerd?

Lakenmarkt van 's-Hertogenbosch rond 1530

De lakenmarkt van 's-Hertogenbosch rond 1530. © Collectie Het Noordbrabants Museum, foto SRAL. 

In 1670 schrijft Jacob van Oudenhoven in zijn boek over ’s-Hertogenbosch: “Dese oude stadt heeft oock een seer groot ende schoon mercktplein of mercktvelt daer tien straten op uyt komen, ende is wel een van de grootste merckvelden van geheel Nederlant.”

Favoriete locatie

Al heel vroeg was er in ’s-Hertogenbosch een weekmarkt op donderdag. Omstreeks 1650 kende de stad zeven jaarmarkten en waren er markten voor graan, vis, vlees, boter, brood en stoffen.

De favoriete locatie voor markten was het centrale plein in de stad, waar later ook het stadhuis verrees, en de haven. In ’s-Hertogenbosch was de oudste haven de Diezearm die ten noorden van de Markt liep. Later werd dat de omgeving van de vismarkt.

Kaart van de stad met de markten

Kaart van de stad met de markten. 

A: Pensmarkt B: Schapenmarkt C: Sint-Jans Jaarmarkt, Veemarkt 
D: Botermarkt E: Stadshaven 1: Stadhuis 2: Minderbroedersklooster 
3: Lakenhal/Vleeshuis 4: Broodhuis 5: Korte Kameren 
6: Gevangenpoort 7: Grote en Kleine Waag 8: Geefhuis
9: Korenmarkt? 10: Vismarkt en 11: Stadskraan 

Marktvrijheid

De heer van de stad, de Hertog van Brabant, faciliteerde de jaarmarkten. Opvallend was de bepaling van de hertog: kooplieden van buitenaf, die deze markten bezochten, konden niet gearresteerd worden als zij schulden hadden bij andere kooplieden die uit dezelfde stad afkomstig waren. Volgens het gewoonterecht mocht dat namelijk wel en dat hinderde uiteraard de handel. Dit voorrecht heette ‘marktvrijheid’.

In ’s-Hertogenbosch waren dus veel markten, maar geen vrije marktwerking. Integendeel: het stadsbestuur stelde allerlei regels vast en daarnaast volgden de marktkooplieden veel ongeschreven regels.

3D reconstructie van de Markt rond 1500

Gildedwang

De organisatie van de markten liep dus volgens bepaalde regels en rechten. Dat had verschillende doelen: de zorg voor een goed product, redelijke arbeidsvoorwaarden, bescherming van de consument tegen opkopers en speculanten, en handhaving van de zondagsrust. Voor de meeste beroepen gold de gildedwang: alleen wie lid was van een ambachtsgilde mocht produceren en op de markt verkopen. Ook de gilden werden gereguleerd door het stadsbestuur.

Jan A. van Beerstraten, Gezicht op Markt 's-Hertogenbosch 1665. Jan A. van Beerstraten, 'Gezicht op de markt te 's-Hertogenbosch'  met rechts de markthallen, 1665. © Het Noordbrabants Museum, bruikleen gemeente 's-Hertogenbosch.

Markthallen van de hertog

Oorspronkelijk had ’s-Hertogenbosch markthallen. Dat waren gebouwen waar de producenten hun waren te koop moesten aanbieden. In de stad stond tegenover het huidige stadhuis op het marktblok een groot gebouw. Daar waren de lakenhal, de vleeshal en het broodhuis ondergebracht.

Maquette van de markt rond 1600, met de lakenhal in het midden en daarachter de vleeshal

Maquette van de markt rond 1600, met de lakenhal in het midden en daarachter de vleeshal. Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

De markthallen waren oorspronkelijk in handen van de Hertog van Brabant. Daar vond een keuring plaats: laken op kwaliteit, vlees op versheid en brood op kwaliteit en gewicht. De hertog wilde zo greep houden op het economisch leven. Hij kon dan tegelijkertijd een graantje meepikken door belastingen op de verhandelde goederen te heffen.

Uiteindelijk verkocht de hertog de markthallen. Het gebruik liep terug en de vleeshal dreigde zelfs in te storten door achterstallig onderhoud. Het stadsbestuur kreeg ze in het bezit. Het Bossche broodhuis verdween als eerste in de veertiende eeuw, omdat er geen behoefte meer aan was. In 1850 werden alle markthallen afgebroken.

De Boterhal vlak voor haar afbraak in 1932.
De ontruimde boterhal, direct voor de afbraak in 1932. Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

Sloop van de Boterhal
Sloop van de Boterhal, 1932. Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

Blijvende gewoonte

Onderzoek naar de Bossche markten blijkt niet eenvoudig. Stukken zijn verloren gegaan en er gebeurde veel dat niet op schrift werd vastgelegd. Die gewoonte bestaat nog steeds, want marktkooplieden hanteren nog altijd ongeschreven regels.

 

Dit is een samenvatting van een artikel dat in Silva is gepubliceerd door historicus Ton Kappelhof. Meer weten? Lees dan het volledige artikel in ons wetenschappelijk tijdschrift Silva (2020, nummer 3, december).

Ook interessant
gebieden
/>

De Markt van 's-Hertogenbosch

Marktplaatsen hadden een belangrijke functie in het economische en sociale leven. In een stad vindt men ze meestal op een centrale of gemakkelijk toegankelijke plaats. In 's-Hertogenbosch is de Markt de plek waar het allemaal begonnen is met de stad.