bouwwerken

Hinthamerstraat 141: stadskasteel van ridder Geerlingh

Wie vandaag langs Hinthamerstraat 141 in ’s-Hertogenbosch loopt, ziet een indrukwekkend monumentaal pand. Achter de gevel schuilt een rijke geschiedenis die weinig locaties in de binnenstad kennen. Deze plek vertelt een verhaal van ridders, kloosterlingen,  bestuurders, arbeiders en mensen die opvang zochten. 

Foto van Hinthamerstraat 141Foto van Hinthamerstraat 141 in opdracht van Nico de Bont. © Sandra Peerenboom.

De geschiedenis van Hinthamerstraat 141 begint aan het begin van de veertiende eeuw. Op deze plek liet ridder Geerlingh van den Bossche een groot stenen huis bouwen. In die tijd was dat iets uitzonderlijks. De meeste huizen in de stad waren nog van hout. Grote stenen woningen werden vaak aangeduid als stadskastelen. Dat waren geen kastelen met torens, grachten en ophaalbruggen, maar wel prestigieuze woonhuizen die de rijkdom en macht van hun bewoners onderstreepten.

Het bezit van Geerlingh was omvangrijk. Zijn terrein strekte zich uit van de Hinthamerstraat tot aan de Papenhulst en de Binnendieze. Bovendien bezat hij ook aan de andere zijde van de Dieze een stuk grond. Daarmee behoorde het terrein tot een van de grootste particuliere eigendommen van de stad. Geerlingh liet een stenen brug over de Dieze bouwen. Deze brug werd later bekend als de Geerlingse Brug en vormt nog altijd een tastbare herinnering aan de middeleeuwse ridder die hier woonde. De brug werd in 1996 grondig gerestaureerd en maakt nog steeds deel uit van het historische stadsbeeld.

Zicht vanaf de Geerlingse brug naar markt met links Hinthamerstraat 141
Zicht vanaf de Geerlingse brug naar markt met links Hinthamerstraat 141. Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

Clarissenklooster

Ridder Geerlingh was getrouwd met Aleid van Heusden. Samen kregen zij één zoon, Willem van den Bosch. Na het overlijden van zijn vader erfde Willem het grote huis. Willem liet in zijn testament van 28 augustus 1335 vastleggen dat het huis na zijn dood toekwam aan de Zusters van de Heilige Clara. Zij konden er dan een klooster op bouwen. Deze beslissing veranderde de geschiedenis van het terrein ingrijpend. Na Willems overlijden werd zijn wens uitgevoerd door executeur Theodericus van Horne. In 1348 werd het voormalige stadskasteel ingericht als klooster voor de Clarissen. Daarmee ontstond de eerste vestiging van deze orde in Nederland.

De toegang tot het klooster lag aan de Hinthamerstraat. Daarnaast werd een speciale kloosterkerk gebouwd, ongeveer tegenover de huidige Choorstraat. De ingang van deze kerk bevond zich in de Clarastraat.

Kaart van Braun en Hogenberg uit 1588. In het blauw de oude kloosterkerk
Kaart van Braun en Hogenberg uit 1588. In het blauw de oude kloosterkerk.

In de eeuwen die volgden groeide het Clarissenklooster uit tot een van de belangrijkste religieuze instellingen van ’s-Hertogenbosch. Het oorspronkelijke woonhuis van Geerlingh werd opgenomen in het  kloostercomplex dat werd uitgebreid met onder andere een brouwerij, kloosterkerk en huis van de conciërge. Rondom de gebouwen lagen tuinen, boomgaarden en andere voorzieningen die nodig waren voor het leven binnen de kloostermuren. Generaties zusters woonden en werkten hier. Meer dan drie eeuwen lang was dit een plek van bezinning, geloof en gemeenschap.

De geschiedenis verliep echter niet zonder tegenslagen. Het klooster kreeg te maken met enkele van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit de Bossche geschiedenis. In 1419 werd dit deel van de stad getroffen door een grote brand. Later volgde de Beeldenstorm van 1566, waarbij veel religieuze gebouwen schade opliepen. Weer enkele decennia later veranderde de situatie opnieuw drastisch door de verovering van ’s-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik. De Clarissen hoefden de stad niet uit maar mochten geen nieuwe leden meer aannemen. In 1659 overleed de laatste zuster. Daarmee kwam een einde aan de ruim driehonderd jaar dat de Clarissen op deze plek zaten.

Intocht van Frederik Hendrik in 's-Hertogenbosch na de belegering van 1629Intocht van Frederik Hendrik in 's-Hertogenbosch na de belegering en overname van 1629. Bekijk in beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

Hoewel veel onderdelen van het oorspronkelijke stadskasteel en het klooster in de loop van de eeuwen zijn verdwenen, zijn er nog steeds bijzondere resten aanwezig. Zo is een zijmuur uit circa 1300 bewaard gebleven. Ook zijn er nog gebeeldhouwde familiewapens en oude kelders aanwezig. In de tuin bevinden zich zelfs resten van een zijmuur van de voormalige kloosterkerk. Wie goed kijkt, ontdekt daardoor nog altijd sporen van de middeleeuwse geschiedenis die in het gebouw verborgen ligt.

Terugkeer naar de woonfunctie

Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw veranderde het voormalige klooster geleidelijk in een voornaam woonhuis. Het pand was veel breder en groter dan de meeste huizen in de stad en trok daardoor welgestelde bewoners aan. Veel eigenaren kwamen uit het westen van Nederland, vooral uit Den Haag. Na het beleg van 1629 verhuisden diverse bestuurders naar ’s-Hertogenbosch om de stad namens de nieuwe machthebbers te besturen. Hinthamerstraat 141 bood hen een representatieve woonomgeving in het hart van de stad.

In 1659 werden het gebouw en de bijbehorende onroerende goederen verkocht aan Cornelis Cuchlinus, een belastingfunctionaris. Daarmee begon opnieuw een lange periode waarin het voormalige kloostercomplex als particulier bezit en uiteindelijk weer als woonhuis werd gebruikt.

Een Bosch stadshuis met Hollandse allure

In 1732 kwam Hinthamerstraat 141 in handen van Reinier Plenus (ook wel Pleunus genoemd) en zijn vrouw Maria van Bruggen. Het echtpaar bezat veel vastgoed: vier huizen in Den Haag, zeven in ’s-Hertogenbosch en de buitenplaats Duijnendael in Nuland. Reinier Plenus was niet alleen koopman in ’s-Hertogenbosch, maar werkte ook als agent en solliciteur-militair in Den Haag. Het is daarom aannemelijk dat het echtpaar goed bekend was met de wooncultuur en architectuur van de hofstad.

Kort na de aankoop gaven Plenus en Van Bruggen opdracht tot een ingrijpende verbouwing van het pand. Daarbij lieten zij zich waarschijnlijk inspireren door de architectuur die zij in Den Haag van dichtbij kenden. Deze verbouwing bepaalde in belangrijke mate het uiterlijk dat Hinthamerstraat 141 nog altijd heeft.

Dat het om een woning van aanzien ging, blijkt uit een omschrijving uit 1732. Het bezit bestond uit een huis met tuin, koetshuis en een stal voor acht paarden ofwel: “huijsinge, hof, coetshuys, stallinge voor agt paarden”. Hinthamerstraat 141 behoorde daarmee tot de grotere en voornaamste stadshuizen van ’s-Hertogenbosch.

Het pand past binnen een bredere ontwikkeling in de achttiende eeuw. Verschillende Bossche huiseigenaren hadden bestuurlijke functies of nauwe banden met Holland en kwamen daardoor in aanraking met nieuwe architectonische ideeën. Hinthamerstraat 141 is hiervan een bijzonder voorbeeld. Het behoort tot de relatief kleine groep brede patriciërshuizen die in de achttiende eeuw werden gebouwd of ingrijpend gemoderniseerd.

Ook in de negentiende eeuw werd het gebouw verschillende keren verbouwd. Nieuwe bewoners pasten het huis steeds aan hun wensen en de smaak van hun tijd. Uit deze perioden zijn nog diverse interieuronderdelen bewaard gebleven. Zij vertellen het verhaal van een woning die zich voortdurend ontwikkelde, terwijl de oude kern van het gebouw bleef voortbestaan.

Plattegronden van de Hinthamerstraat 141 door de jaren heenPlattegronden van Hinthamerstraat 141 door de jaren heen.

Van Katholieke Arbeidersbeweging tot Het Inloopschip

In de twintigste eeuw kreeg het pand opnieuw een andere functie. De maatschappelijke rol van het gebouw kwam daarbij steeds sterker naar voren. Onder meer de Katholieke Arbeidersbeweging, beter bekend als de KAB, was hier gevestigd.

Ook het agentschap van de Volkskrant vond er onderdak. Daarmee bleef het gebouw een plek waar mensen samenkwamen, ideeën uitwisselden en zich inzetten voor de samenleving.

Katholieke Arbeiders Beweging ca. 1960Katholieke Arbeiders Beweging ca. 1960.

Sinds 1998 stond het pand bekend als Het Inloopschip, een opvangvoorziening voor dak- en thuislozen. Daarmee kreeg de locatie opnieuw een functie die draaide om zorg, en ondersteuning van mensen. Op een bijzondere manier sloot deze nieuwe bestemming aan bij de lange geschiedenis van de plek, waar al eeuwenlang ruimte was voor gemeenschapszin en maatschappelijke betrokkenheid.

Hinthamerstraat 141 als vakschool
Hinthamerstraat 141 als vakschool. © Sandra Peerenboom.

Vakschool

Ook in de 21e eeuw blijft Hinthamerstraat 141 zich ontwikkelen. Het gebouw is vanaf 2024 tijdelijk in gebruik bij Vakschool Nico de Bont als onderzoeks- en onderwijslocatie voor het restauratievak. Hier leren nieuwe generaties vakmensen hoe historische gebouwen onderzocht, onderhouden en gerestaureerd kunnen worden. Daarmee draagt het pand niet alleen zijn eigen geschiedenis met zich mee, maar helpt het ook mee om het erfgoed van morgen te bewaren.

Hinthamerstraat 141 is daarmee veel meer dan een monumentaal gebouw. Het is een plek waar bijna zeven eeuwen geschiedenis zichtbaar zijn gebleven. Van ridderwoning tot klooster, van adellijk stadshuis tot maatschappelijke voorziening en onderwijslocatie: iedere generatie heeft haar eigen hoofdstuk toegevoegd. Samen vormen die verhalen een uniek stuk erfgoed in het hart van ’s-Hertogenbosch.

Meer over

uitgelicht

Ook interessant