personen

Herinneringen aan de eigenzinnige Bossche begijnen

Een prentenboek in steen, zo zou je onze kathedrale basiliek Sint-Jan wel kunnen noemen. Alleen al aan de buitenkant kom je ogen tekort om alle gebeeldhouwde ornamenten te bekijken. Natuurlijk treffen we daar een heel legioen Bijbelse figuren en heiligen, dat spreekt voor zich. Maar ook ontelbare (fantasie-)beestjes, duiveltjes en gedrochtjes maken de kerk tot een waar feest voor het oog.

Zo overweldigend veel is er te zien, dat enkele minder opvallende gedenkstenen al snel aan de aandacht ontsnappen. En dat is jammer want ook deze zijn de moeite waard. Zo zijn er bijvoorbeeld herinneringen aan de begijnen die eeuwenlang aan de voet van de Sint-Jan het Groot Begijnhof bewoonden.


Sint-Jan en het Groot Begijnhof in 1649 op de kaart van Joan Blaeu

Begijnen, vroom maar eigenzinnig

In de 12e en 13e eeuw namen overal in West-Europa groepen vrouwen het heft in eigen hand. Zij waren zeer gelovig maar wilden zich niet voegen naar de toen geldende regels van de katholieke kerk. Daarom vormden ze gemeenschappen waar zij hun geloof volgens de eigen opvattingen konden beleven en uitdragen.

Ze leefden samen, eerst in kleine groepjes in een gemeenschappelijk huis en later in hofjes. Hun leven bestond uit bidden, nuttige handwerken, het geven van onderwijs aan arme kinderen en andere liefdadige werken. Ze droegen allemaal dezelfde kleding, maar ze waren geen kloosterorde volgens de toen geldende normen. Ze legden een tijdelijke gelofte van gehoorzaamheid af, maar geen gelofte van armoede zoals bij kloosterlingen. Hierdoor konden ze altijd weer terugkeren naar de ‘gewone’ wereld.

Intredende begijnen mochten al hun aardse bezittingen houden waardoor er grote verschillen optraden in bijvoorbeeld de huisvesting. Rijke begijnen konden zich een eigen huisje veroorloven, minder gefortuneerden woonden samen in één huis. Wel had elk begijnhof eigen statuten waaraan alle bewoonsters zich moesten houden.

Maar uiteindelijk hadden de begijnen veel meer vrijheden dan de nonnen in hun kloosterorden. Dat werd uiteraard niet erg gewaardeerd door het kerkelijk gezag. Dat probeerde dan ook begin 14e eeuw deze rebelse dames af te straffen en in het gareel te krijgen. Gelukkig nam de paus in 1319 de Brabantse begijnen in bescherming, zodat zij er weinig last van hadden.

Werkzaamheden van begijnen in MechelenWerkzaamheden van Mechelse begijnen (1578) © Museum Hof van Busleyden, Mechelen

Het Groot Begijnhof

Waar zich nu de parade uitstrekt lag voorheen het Groot Begijnhof van ’s-Hertogenbosch. Oorspronkelijk woonden enkele begijnen samen in een huis nabij de huidige Choorstraat. Daaruit heeft zich waarschijnlijk het Groot Begijnhof ontwikkeld.

Eind 13e eeuw wordt het al genoemd in de archieven. Het was veel groter dan de huidige Parade, het liep helemaal door tot aan de Binnendieze bij de Papenhulst en de Triniteitstraat. Hoeveel begijnen er woonden is niet helemaal zeker maar volgens een haardentelling uit 1526 woonden er toen  zo’n 160 vrouwen in kleine huisjes.

Plattegrond van het Groot Begijnhof rond 1545 op basis van kaart Jacob van Deventer.
Plattegrond van het Groot Begijnhof rond 1545 op basis van kaart Jacob van Deventer

Het begijnhof was volledig ommuurd, het leek eigenlijk wel een stadje binnen de stad. In 1274 werd het zelfs een zelfstandige parochie met een eigen kerk, de Sint-Nicolaaskerk. Om die kerk heen lag het eigen kerkhof van de begijnen.

Een grote stadsbrand in 1419 legde ook het Groot Begijnhof deels in de as waarna veel huisjes en ook de kerk opnieuw moesten worden opgebouwd. Archeologisch onderzoek (in 2007 en tussen 2011 en 2014) van de Parade toonde aan dat er nog aardig wat resten van huisjes en de grote muur bewaard zijn gebleven. Ook de brandlaag uit 1419 is teruggevonden. Bij dit onderzoek werden ook twee vermoedelijke ingangen in de ommuring gevonden.

Archeologische opgraving op de ParadeArcheologische opgraving op de Parade

Archeologische opgraving op de Parade

1629: het begin van het einde

Na de inname van de stad door de prins van Oranje in 1629 werd het katholicisme verboden. De mannelijke kloosterlingen moesten de stad verlaten. Voor de nonnen en begijnen bedacht men een sterfhuisconstructie; ze mochten blijven, maar geen nieuwe leden meer aannemen. Dus hielden ze na enkele jaren op te bestaan.

De laatste bewoonster van het Groot Begijnhof, Cornelia van Deursen, stierf in 1694. De overgebleven huisjes op het hof werden niet meer onderhouden, raakten in verval, en werden uiteindelijk allemaal gesloopt. Einde van een tijdperk.

Maar aan de zuidkant van de Sint-Jan vinden we, dichtbij de kerk, in het plaveisel nog twee herinneringen aan de eigenzinnige bewoonsters van dit bijzondere stukje ’s-Hertogenbosch.

IJken Goeyaert Haubrakensdochter, 1519

Aan de binnenkant van het hek, links van het transept, ligt vlak bij het poortje een kleine grafsteen, 50 x 79 cm. De inscriptie aan de randen van de steen is nog amper leesbaar.

Grafsteen IJken Goeyaert Haubrakensdochter

hier leet begraven ijken goeyaert haubrakens dochter baghijn die sterf ao xvc xix des sondachs nae beloken paeschen

Wanneer stierf IJken nu precies?

Beloken Pasen is eerste zondag na Pasen, de afsluiting van de Paasweek. IJken overleed op de zondag na Beloken Pasen 1519, Concreet: de 1e paasdag (zondag) viel in 1519 op 24 april  beloken Pasen dus op zondag 1 mei . IJken stierf dus een week later, op zondag 8 mei.

Wie was IJken?

IJken Goyaerts Haubraken of Houbraken was de dochter van kleermaker Goyaert Willems Houbraken en zijn eerste vrouw Catharina. Ze schreven zich in 1445/50 allebei in als gewoon lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Het paar kreeg twee dochters, Catharina en Yda (IJken).

Uit archieven blijkt dat IJken bepaald niet onbemiddeld was. Ze bezat in 1508 o.a. een erfpacht uit land te Haaren, erfcijnzen uit verschillende huizen in ’s-Hertogenbosch en Eyckendonck, en uit land te Schijndel en Empel. Ook was ze eigenaar van de helft van een huis in de Karrenstraat, dat aan hun vader had toebehoord.

IJken zal er allemaal niet veel aan gehad hebben, zij leefde als begijn op het Bossche Groot Begijnhof. Ook zij was, sinds 1470/71, gewoon lid van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap.

ZwanenbroedershuisOp deze plek is sinds 1483 de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap gevestigd. Het huidige 'Zwanenbroedershuis' komt uit de 19e eeuw.

We weten verder vrijwel niets van IJken, in de archieven is weinig over haar te vinden. Maar aan haar sterfdatum valt niet te twijfelen, ook hier biedt het archief van de illustere Lieve Vrouwe Broederschap uitsluitsel. In hun jaarrekening 1518/19 staat de betaling van de doodschuld vermeld voor de overleden Yda Goyart Houbraken dochter beghyne .

IJken werd zeer waarschijnlijk in de Sint Nicolaaskerk van het Groot Begijnhof begraven. Deze kerk raakte in de loop van de zeventiende eeuw dermate in verval, dat hij in 1701 is gesloopt.

Plattegrond van het Groot BegijnhofPlattegrond van het Groot Begijnhof op basis van de archeologische opgravingen

Een steen als laatste herinnering

Deze bescheiden grafsteen is een van de weinige tastbare herinneringen die we hebben aan de begijnen die ooit in het Groot Begijnhof woonden. Hij werd in 1983 gevonden tijdens werkzaamheden op de Parade. In eerste instantie kreeg de steen een plaatsje bij de zuil voor betaald parkeren in het midden van de Parade (toen nog parkeerterrein).

Daarna werd de steen gelegd in het straatwerk vlak bij het standbeeld van Johannes Evangelist. Daar had hij veel te lijden door verkeer en voetgangers en dreigde onherstelbaar beschadigd te raken. Uiteindelijk ligt de steen nu veilig en toch goed zichtbaar achter het hek van de Sint-Jan.

Joestken van Beest en Alijt van Berkel

Maar de grafsteen van IJken is niet de enige herinnering aan een begijn. Er ligt nog een grafsteen, vlakbij, in de hoek van het transept en het schip! Een kleine maaskalkzandsteen, 63 x 71 cm en helaas behoorlijk beschadigd.

We zien maar een deel van de oorspronkelijke steen, het onderste stuk van de zerk ontbreekt. De inscriptie die we aan drie zijden kunnen zien is dus onvolledig. In het midden staan twee wapenschilden afgebeeld in reliëf. De schilden hangen met linten aan een boomtak. Het zijn de wapenschilden van de twee dames die ooit onder deze steen werden begraven.

Links het wapen van Joestken van Beest (Drie palen van vair - regelmatig patroon in twee kleuren - met een lelie als schildhoofd) en rechts het wapen van Alijt van Berkel (drie zespuntige sterren). Als de steen compleet was geweest hadden we het volledige grafschrift kunnen lezen. Gelukkig weten we nog wel wat er ooit op stond. De vetgedrukte tekstdelen zijn zichtbaar op de steen.

Grafsteen Joestken en Alijt
Hir is begraven
Joestken van Beest bagijn sterft 1576 den 12 october
en Alijt van Berkel bagijn anno 1597

den 15 september

Tekening van de grafsteen van Joestken en Alijt

Wie waren Joestken en Alijt?

Joestken was, net als IJken Goyaerts, de dochter van een kleermaker. Ze woonde al als begijn op het Groot Begijnhof van de stad toen ze zich in 1526/7 als gewoon lid liet inschrijven van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Zij overleed op 12 oktober 1576 en werd in de Sint-Jan begraven.

Joestken had een zuster, Hadewych, die getrouwd was met de welgestelde lakenkoper Joost van Berkel. Ze kregen meerdere kinderen, waaronder dochter Alijt. Ook Alijt werd begijn op het Groot Begijnhof. Zij werd bij haar tante Joestken van Beest in de Sint-Jan begraven.

We weten dat de zerk oorspronkelijk in de Sint-Jan lag door een inventarisatie in 1709. Op enig moment moet de steen zijn gebroken en werd het bovenste deel geplaatst op de huidige locatie. Waar het andere deel van de steen is gebleven, is onbekend.

Deze twee kleine grafstenen, hoe bescheiden van omvang ze ook zijn, houden de herinnering levend aan een markante groep vrouwen en alleen dat al maakt ze bijzonder!

Geschreven door Len Janssens

Bronnen

  • http://www.grafzerkensintjan.nl/
  • Kuijer, P.Th.J.; ’s-Hertogenbosch Stad in het hertogdom Brabant ca. 1185 – 1629; (2000) Waanders, Zwolle
  • Genabeek, R. van, Nijhof, E. & Schipper, F.; Stad op de schop, 40 jaar archeologisch onderzoek in ’s-Hertogenbosch (2019) Picture Publishers Woudrichem / Gemeente ’s-Hertogenbosch, afd. Erfgoed
  • Timmermans, M.; Tussen Kerk en wereld. Het Grote Begijnhof te 's-Hertogenbosch 1274-1629 (1987) Katholieke Universiteit Nijmegen.
  • BAAC-rapport A-11.0079/A-11.0215/A-11.0425/A-12.0199 ‘s-Hertogenbosch – Parade; Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven, archeologische Begeleiding en opgraving  (januari 2017)
Ook interessant
bouwwerken

Sint-Janskathedraal

De Sint-Jan in de binnenstad van 's-Hertogenbosch wordt veelal beschouwd als het hoogtepunt van de Brabantse gotiek.

archeologie

1000 graven onderzocht in een overvolle stad

’s-Hertogenbosch was vanaf de middeleeuwen een dichtbevolkte stad. Duizenden mensen woonden op een klein oppervlak bij elkaar. Daarbinnen moest de bevolking ook ruimte vinden waar de doden hun eeuwige rust kregen.