gebeurtenissen

De historie van de handboog

We kennen allemaal Robin Hood en velen van ons hebben ooit gespeeld met pijl en boog, maar wat is eigenlijk de historische betekenis van de handboog in ’s-Hertogenbosch?

Kenmerken van de handboog

Er is een verschil tussen de voetboog en de handboog. De voetboog kennen we ook als kruisboog, te spannen door in de beugel van de boog een voet te plaatsen, de pees aan te trekken en vast te zetten, en vervolgens een korte, dikke, scherpe pijl in de goot te leggen. Deze bogen kunnen zonder veel opleiding door iedereen worden bediend. De handboog wordt met de hand gespannen. Een handboog is niet zomaar even te hanteren. Om iets te kunnen raken is het nodig eerst uit te vinden welke trekkracht voor de schutter passend is. Vervolgens moet er veel geoefend worden. Een goede handboogschutter was veel waardevoller dan een kruisboogschutter en kreeg in de middeleeuwen meer betaald. Een groot voordeel zat in de snelheid van schieten: met een kruisboog betekende dat ongeveer vijf pijlen per minuut, met een handboog twaalf tot zestien. Zeg overigens nooit tegen een handboogschutter dat hij of zij een pijl afvuurt: het is geen vuurwapen!

Afbeelding 1: Tijdens de Slag bij Azincourt op 25 oktober 1415 vocht het leger van koning Hendrik V van Engeland met dat van Karel VI van Frankrijk. De Fransen waren in de meerderheid, maar de zwaar geharnaste cavalerie gleed uit in de modder en leed zware verliezen in de pijlenregen van de Engelse boogschutters. (Bron: Thomas Walsingham, ‘St. Alban's Chronicle’, ca. 1422)

Bossche handboogschutters

We hebben geen bewijzen van de aanwezigheid van een groep Bossche handboogschutters uit de eerste eeuwen van het bestaan van ’s-Hertogenbosch. Het oudste stuk in het archief van Erfgoed 's-Hertogenbosch is een op perkament geschreven vergunning voor de ‘gezellen van de handboog’, afgegeven door het stadsbestuur in 1404. Op deze ‘kaart’ (charter) staan de voorwaarden waaraan de handboogschutters moesten voldoen. Een lid moest beschikken over een handboog, 24 pijlen, een ‘stoet’ en een ‘borst’. Waarschijnlijk wordt met ‘stoet’ een stoot of polsbeschermer bedoeld. Door de kracht van de boog kon het gebeuren dat de pees op de tere binnenkant van de pols stoot, met blauwe plekken en spierpijn tot gevolg. Een ‘borst’ is een deel van de wapenrusting: een metalen of leren wering. Uit artikel 2 van genoemde vergunning blijkt dat zij ‘den heer vanden lande ende der voirs. stat mede dienen sal als noit geboirt’. Dat wil zeggen: de schutters dienen de landsheer en de stad als de nood hoog was. Zij trokken dus ten oorlog als de hertog of de stad dat vereiste. Het was geen gezelligheidsclub, maar letterlijk een groep getrainde burgers die voor de verdediging van het hertogdom en de stad werd ingezet. Twee dekens hadden de leiding. Ook was er een koning: de schutter die op het jaarlijkse festijn als beste uit de bus kwam.

 

Afbeelding 2: Plaquette met het wapen van de handboogschutterij te ’s-Hertogenbosch. (Collectie: het Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch, 05214)

Een eervolle taak

In 1474 vaardigde het stadsbestuur een tweede ‘kaart’ uit. Het aantal schutters werd op 40 vastgesteld, variërend in leeftijd tussen de 25 en de 60 jaar. Zij moesten minstens een jaar en een dag gekocht of geboren poorter zijn. Dat betekent dat het lidmaatschap alleen mogelijk was voor de hogere laag van de stadsbevolking: de vrijen en de landbezitters. Zij onderscheidden zich van de huurlingen en werden als soldaten hoger ingeschat voor wat betreft discipline en inzet. Een gezegde van wat latere datum, bedoeld voor alle schutterijen, illustreert dat: ‘De Heuschheit komt den bogaert toe.’ Het was dus een club met een duidelijke eerpositie in de stad, waarvan het lidmaatschap eerverhogend was voor hen die werden toegelaten.

Afbeelding 3: Een van de twee middeleeuwse 'kaarten' (charters). Deze stukken komen uit het Archief van de Bossche Schutterij van de Handboog.

Bogaard

In 1495 werd het aantal schutters op 50 gesteld. In 1525, het jaar waarin Karel V een soort reorganisatie doorvoerde, kwam het aantal op 100. De handboogschutterij kreeg in 1496 van de stad een ‘lege erve oft plaetze, achter de Tolbrug’, in de omgeving van de stadsmuur, de Orthenpoort en het klooster van Sint-Geertrui. Op oude kaarten is te zien dat in deze omgeving genoeg ruimte was om te oefenen. De locatie is nu te vinden aan de Aa, ter hoogte van de brug over de Aa bij de van Berckelstraat. De bronnen verwijzen naar een ‘bogaard’, wat vermoedelijk afstamt van boomgaard: een tuin waarin vooral fruitbomen werden geteeld. Dat zal het schieten niet makkelijk hebben gemaakt.

Ten strijde

Er zijn enkele gevallen bekend waarin de Bossche schutters succesvol waren in oorlogen. In 1418 onderscheidden zij zich in Dordrecht, hoewel hertog Jan IV van Brabant er een grote nederlaag leed. In 1424 nam Jan IV de Henegouwse stad Braine-le-comte ofwel ’s Gravenbrakel in, mede dankzij de schutters. Ook in Neuss bij Keulen onderscheidden zij zich, evenals in Nijmegen. Deze twee laatste oorlogen worden uitdrukkelijk genoemd in een charter van 1495 van het Hof van Brabant van aartshertog Philips de Schone.

Afbeelding 4: Boetebus van de handboogschutterij van ’s-Hertogenbosch. (Collectie: Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, 01622)​

Conclusie

Het is mogelijk dat ‘s-Hertogenbosch al vanaf de stichting in de 12e eeuw boogschutters heeft gehad. Vanaf 1404 is dat in ieder geval zeker. De schutters hebben daadwerkelijk gevochten in diverse conflicten. Ook de sociale betekenis van de boogschutters was groot: ze vormden een eergroep van vooraanstaande burgers die de Bossche samenleving moesten verdedigen en tal van andere openbare taken uitvoerden.

Dit is een ingekort artikel. Het volledige artikel is geschreven door gemeentearchivaris Rolf Hage en verscheen eerder in Bossche Kringen (Nummer 3, 2019) 62-65.

Ook interessant