bouwwerken

De Heilige Hartenkerk

De markante kerk op de hoek van de Graafseweg en de Rubensstraat heeft na zeventig jaar nieuwe bewoners gekregen. Toen in 2015 het bestuur de deuren sloot van de Heilige Hartenkerk, begon de zoektocht naar een nieuwe bestemming.

Kerkwoningen bleken de oplossing. Ondanks deze grote transformatie is het gelukt om in alle woningen het gevoel een kerk te behouden. Maar welke onzichtbare geschiedenis zit verstopt achter de stenen?

Woningen in de Heilige Hartenkerk, 2020 

De paters van de Heilige Harten

In 1932 vestigden de eerste paters van de religieuze gemeenschap Heilige Harten zich in Nuland. Daar namen ze hun intrek in een nieuw klooster aan de Graafsebaan. Met hun werk richtten ze hun pijlen op ’s-Hertogenbosch. De paters werkten voor verschillende parochies in onder andere de Pijp en de Graafsewijk. 

De Pijp is in de jaren 50 en 60 verdwenen, maar voor die tijd was dit een echte volkswijk. De Graafsewijk was halverwege de vorige eeuw een buurt in aanbouw. De bevolking groeide daar snel en bestond voor een groot deel uit jonge en vaak arme arbeidersgezinnen. De paters waren zelf ook veelal mannen uit arme arbeidersgezinnen.

Vrouw aan het wassen in de Pijp, maart 1932 
Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Geliefd in ‘s-Hertogenbosch

Naast het parochiewerk waren de paters van de Heilige Harten actief in het Sint-Jozefhuis. Dit was destijds een tehuis voor wezen en ouderen. Ook werkten ze in het psychiatrisch ziekenhuis Reinier van Arkel en brachten ze het zogenaamde Don Boscowerk in de praktijk.

Ze hielpen probleemgezinnen met ontspanning en onderwijs. Zo gaven ze moeders en dochters opvoedkundige cursussen. Daarnaast hebben de paters verschillende jeugdverenigingen opgericht.

De paters waren door hun werk geliefd in ’s-Hertogenbosch. Ze konden vaak op waardering rekenen van de lokale Bossche pastoors, maar het riep ook spanningen op dat de pastoors de zogeheten zielzorg van hun parochianen niet meer helemaal in de hand hadden. In 1947 gingen de paters van de Heilige Harten bij de bisschop van ’s-Hertogenbosch op audiëntie om de problemen te bespreken.

De HH. Antonius en Barbarakerk, beter bekend als de 'Bartjeskerk' in de Graafsewijk, 1931 Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

Een eigen parochie

In 1948 kreeg de lokale pastoor Jos Kavelaar van de Bartjeskerk in de Graafsewijk bericht van de bisschop. Hij moest een deel van zijn parochianen afstaan, zodat de paters van de Heilige Harten in de wijk een tweede parochie konden stichten. Kavelaar had daar geen bezwaar tegen, omdat zijn parochie heel snel groeide. Bovendien zag hij in dat het Don Boscowerk van de paters de lokale bevolking goed hielp.

Op 22 augustus 1950 kreeg de Graafsewijk officieel een nieuwe parochie erbij met ruim 4000 mensen. Dit betekende ook dat in de wijk een nieuwe kerk moest verrijzen met plek voor zeker 1000 man.

Pastoor Kavelaar, kapelaan Pijnenborg, kapelaan Broekman en kapelaan De Kort van de Bartjeskerk, 20 juni 1947 © Erfgoed 's-Hertogenbosch Bekijk in Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch

De stijl van Kropholler

Het nieuwe bestuur van de Heilige Hartenkerk koos voor de bekende architect Alexander Jacobus Kropholler (1881-1973). Hij had op dat moment al ruim veertig jaar ervaring met het ontwerpen van katholieke kerken, waaronder de Mariakerk in Vught.

Kropholler was een groot voorstander van het traditionalisme in de architectuur. Hij liet zich inspireren door traditionele bouwwijzen en Middeleeuwse schoonheidsidealen. Typerend voor werk van Kropholler is de combinatie van eenvoudige bakstenen met extra grote en overdreven details. Dit zie je bij de Heilige Hartenkerk onder andere op de kerkdeuren waar de gehengen (deurscharnieren) extra groot zijn.


Vol en zat metselwerk zorgt voor grof en puur beeld 


Gehengen van de kerkdeuren zijn extra groot 

Ook het voegwerk is bijzonder. Kropholler paste vaak geen voeg toe, maar metselde de bakstenen ‘vol en zat’. Dat wil zeggen dat de metselmortel geheel vullend was. Bij de kerk en de bijbehorende pastorie is de mortel bovendien niet afgewerkt waardoor een grof en puur beeld ontstaat. Deze manier van metselen en gebruik van metselmortels zien we ook vaak bij gebouwen die zijn ontworpen in de stijl van de Bossche School.


Kerk van de Heilige Harten en pastorie in aanbouw rond 1950 © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

De voltooide Heilige Hartenkerk in 1952 © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

De missende kerktoren

De bouw van de Heilige Hartenkerk nam drie jaar in beslag. De reden? De samenwerking tussen het kerkbestuur, de pastoor en de aannemer verliep erg moeizaam. Kropholler was een gerespecteerde architect, maar hij stond erom bekend dat hij regelmatig problemen had met opdrachtgevers. Wat zijn reputatie niet hielp, was dat hij in de jaren dertig en tijdens de Tweede Wereldoorlog sympathie toonde voor Duitsland. 

De bezuinigingen tijdens het ontwerpproces kwam de samenwerking ook niet ten goede. De architect moest hierdoor meerdere keren onderdelen van het ontwerp schrappen. Een duidelijk voorbeeld was de kerktoren. Die stond op de ontwerptekening, maar is nooit gebouwd. 

Ontwerptekening met toren © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Ontwerptekening met toren © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Door de wijzigingen in het ontwerp duurde het erg lang tot de bouw kon beginnen. Pas in 1951 ging de eerste schop voor de fundering de grond in, maar ook daarna bleef het conflict tussen de betrokkenen voor problemen zorgen. De bouw was amper begonnen toen de architect dreigde met een rechtszaak. Hij was ontevreden over de kwaliteit van de bakstenen. 

Een jaar later kon pastoor Kleemans eindelijk zijn nieuwe kerk inwijden. De inrichting van de Heilige Hartenkerk was op dat moment nog zeer sober. De pastoor rekende op de goede wil van zijn parochianen en zij stelden hem niet teleur. De omwonenden brachten grote financiële offers, onder andere 15.000 gulden voor een orgel.

Publiek en priester tijdens de bouw van de Heilige Hartenkerk © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Omwonenden kijken toe tijdens bouw © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Hoogtijdagen van de kerk

Niemand keek vreemd op in de jaren 50 als op een zondagochtend meer dan 3000 mensen naar de nieuwe kerk kwamen voor de Heilige Mis. Voor pastoor Kleemans en zijn drie collega’s was dit een hele kluif, want ze moesten de parochianen verdelen over de ochtend. De eerste mis was al om 6.15 uur en de laatste om 11.15 uur. 

Kleemans drong bij de bisschop aan op toestemming voor een avonddienst. Op die manier kon hij de grote toeloop op zondagochtend verminderen. Omdat in de Graafsewijk veel jonge gezinnen woonden hadden de priesters het ook erg druk met het sluiten van huwelijken en het dopen van kinderen.  

Pastoor Kleemans en de parochianen van de Heilige Hartenkerk © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Wonen in de Heilige Hartenkerk

De laatste mis in de Heilige Hartenkerk vond plaats op 31 januari 2015. Daarna hebben het kerkbestuur en de gemeente samen gezocht naar een nieuwe bestemming. In januari 2019 stond de kerk opnieuw in de steigers. Na zo’n anderhalf jaar van slopen, bouwen en restaureren was de kerk in 2020 klaar voor de nieuwe bewoners. 

Natuurlijk had het maken van woningen in een kerkgebouw grote gevolgen voor de binnen- en buitenkant. Toch is het gelukt om in alle woningen het gevoel van wonen in een kerk te handhaven. Lees hier meer over het resultaat.

Interieur van de Heilige Hartenkerk voor de transformatie in 2020 © Erfgoed 's-Hertogenbosch/Archief Parochie Heilige Harten

Ook interessant
bouwwerken

Snellestraat 28: Het Misverstant

Op de hoek van de Snellestraat en het Begijnstraatje staat een pand dat we al eeuwenlang kennen onder de naam “Het Misverstant”. Inderdaad, gespeld met een “t”; men hield er vroeger een wat losser spellingbeleid op na dan tegenwoordig.

bouwwerken

Een houten stad: vakwerk in 's-Hertogenbosch

Bakstenen gebouwen zijn sinds de late middeleeuwen dominant in het Nederlandse straatbeeld. Toch was met name in de vroegste fase van ’s-Hertogenbosch het bouwen in hout en vakwerk gebruikelijk. Hoe zagen de huizen in stad er toen uit?