bouwwerken

Een bijzondere bunker onder het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch

Het Provinciehuis van Noord-Brabant, dat in 1971 in gebruik werd genomen, vormt met zijn eigenwijze vormgeving een niet te missen baken in het Bossche landschap. Uit niets blijkt dat er onder dat markante gebouw nog een heel bijzondere ruimte te vinden is, namelijk een grote atoomvrije schuilkelder. In de volksmond staat deze kelder beter bekend als “de Bunker”.

Virtuele tour


Bezoek de bunker van het provinciehuis in 360 graden. Bekijk op volledig scherm. Uitleg nodig? Bekijk de instructievideo.

Hoe beschermen we de Nederlandse bevolking?

Atoomschuilkelders stammen uit een tijd dat de politieke verhoudingen in de wereld er heel anders uitzagen; de periode van de Koude Oorlog. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de wereld te maken met heftige politieke spanningen en een angstaanjagende wapenwedloop tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjet-Unie. Een tijd die ook voor de gewone burgerbevolking heel veel angst en onrust met zich meebracht.

De Nederlandse regering realiseerde zich dat ze iets moest doen om de bevolking gerust te stellen en, bij een eventuele gewapende aanval, zo goed mogelijk te beschermen. Dus richtte ze de Bescherming Bevolking (BB) op. Deze organisatie moest de bevolking helpen voorbereiden op een eventuele oorlog en met raad en daad terzijde staan in geval van nood.

Ook bouwde de overheid in het land openbare schuilkelders waar de bevolking bij een aanval zou kunnen schuilen. Toen de kernwapens deel gingen uitmaken van de wapenwedloop kregen steeds meer steden en dorpen atoomvrije bunkers. Maar de bunker onder het Provinciehuis is nooit bedoeld als schuilkelder voor burgers. Deze had een speciale functie.

Noodhospitaal in de bunker van het ProvinciehuisNoodhospitaal in de bunker van het Provinciehuis

De bouw van de bunker

Het Rijk gaf in 1966 het startsein voor de bouw van een bunker in ’s-Hertogenbosch met een oppervlakte van ca. 52 X 25 meter. In minder dan twee jaar werd 15.000 m3 aarde uitgegraven, 248 heipalen geslagen (40 x 40 cm, 12,5 meter lang), 3.300 m3 speciaal beton en 297.000 kg wapeningstaal gebruikt.

De bunker zelf ‘weegt’ 7.920.000 kilogram, biedt bescherming tegen conventionele wapens en is ABC-geschikt. Dit betekent dat je binnen niet hoeft te vrezen voor Atoomgevaar, Biologische- en Chemische strijdmiddelen.

Van de bouw zijn geen foto’s, omdat alles omtrent schuilkelders strikt geheim was. Ruim een jaar voordat koningin Juliana in 1971 het Provinciehuis opende, was de bunker al in gebruik.

Verbindingskamer met oude telefooncellen in de bunkerVerbindingskamer met oude telefooncellen in de bunker

Noodzetel

Maar als burgers niet in deze gigantische bunker mogen schuilen, wie dan wel? Noord-Brabant had net als iedere Nederlandse provincie een Provinciale Commandopost Bescherming Bevolking (PCBB). Het PCBB was de spin in het web tussen de lokale BB-kringen en coördineerde de inzet van de ABC-diensten binnen de provincie. Het was dus van groot belang dat de PCBB bij een (atoom)aanval een veilig onderkomen had. Waar kon dat beter dan onder het nieuw te bouwen provinciehuis?

Daarnaast had Noord-Brabant ook een veilige locatie nodig waar het provinciebestuur zijn werk kon doen. Mocht een (kern)ramp plaatsvinden dan had de Commissaris van de Koningin de leiding over een Provinciaal Centrum Civiele Verdediging (PCCV). Het PCCV bestond uit o.a. leden van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, het (provinciale) kabinet, de politiecommandant en natuurlijk de commissaris zelf.

Het was van groot belang dat de PCBB en PCCV op één locatie samen konden werken. Het PCBB kreeg namelijk zijn orders en opdrachten ook rechtstreeks van de Commissaris van de Koningin. Al vanaf 1960 hadden de PCBB en PCCV een gezamenlijke noodzetel. Vanaf 1970 konden ze terecht in het nieuwe crisiscentrum in de bunker onder het provinciehuis.

Plattegrond van de bunkerPlattegrond van de bunker

Een gezamenlijk onderkomen

Dat twee verschillende groepen hun onderkomen hadden onder het provinciehuis blijkt uit de duidelijke tweedeling van de bunker. De ruimtes van de PCCV liggen in het achterste deel van de kelder. In het voorste deel huisde het team van de PCBB.

Door de “dubbele” bemanning waren veel ruimtes dubbel uitgevoerd, hetgeen goed te zien is op de plattegrond. Maar de luchtbehandeling en de noodaggregaten waren voor gezamenlijk gebruik. De reden? Dit was kostenbesparend. Ook de kantine was voor beide groepen bestemd.

Stapelbedden in slaapzaal bunkerEen van de slaapzalen in de bunker

Drie maanden in de bunker

De BB gebruikte de bunker vaak voor oefeningen. De namen van BB-leden die bij een vijandelijke aanval of andere soort gevaar naar het provinciehuis moesten komen zijn niet bekend. Er was een lijst, die steeds actueel werd gehouden. Maar wie er op stonden? Dat was strikt geheim. Ook is niet zeker om hoeveel personen het ging. We nemen aan maximaal 70 tot 80 personen, dus voor PCBB en PCCV samen.

Als de oproep kwam, moesten de leden van de PCBB en PCCV zo snel mogelijk naar het provinciehuis komen. Let wel: uiteraard zonder hun partner, kinderen of andere geliefden…. Die moesten elders een goed heenkomen zoeken.

In de bunker lagen voorraden voedsel en andere benodigdheden die een verblijf van ongeveer drie maanden mogelijk moesten maken. Regelmatige controle van de houdbaarheidsdatum en verversing was dus noodzakelijk. Over wat de aanwezigen moesten doen als de voorraden op waren, terwijl het nog niet veilig was om naar buiten te gaan, wordt nergens met een woord gerept.

Oud schakelbord van de telefooncentraleSchakelbord van een ouderwetse telefooncentrale in de bunker

Noodbestuurspost na 1989

De BB is opgeheven in 1987. Hiermee verloor het PCBB-deel van de bunker haar feitelijke functie. De commissaris van de koningin bleef wel verantwoordelijk voor rampenbestrijding. Vandaar dat nog bijna twee decennia, tot aan het jaar 2005, in de bunker het Provinciaal Coördinatie Centrum (PCC) was gevestigd. Dit stond beter bekend als de “noodbestuurspost”.

De PCC heeft bijvoorbeeld een grote rol gespeeld bij het uitbreken van de varkenspest in 1997, de dreigende dijkdoorbraken in de Bommelerwaard in 1995 en de millenniumwisseling 1999-2000. Daarnaast vonden in de bunker ook regelmatig oefeningen met noodprocedures plaats. De ruimte bleef hierdoor up-to-date en dat de middelen en materialen onderhouden. Sinds 2005 hebben de veiligheidsregio’s de leiding bij de rampenbestrijdingstaken, bijvoorbeeld tijdens de COVID-19 pandemie, en heeft de provincie feitelijk geen verantwoordelijkheden meer.

Huidig gebruik

Een groot deel van de oorspronkelijke noodbestuurspost is inmiddels omgebouwd tot een grote, ‘gewone’ kelderruimte waar zich opslag- en werkruimtes bevinden voor o.a. de technische dienst. Maar een ander deel is nog redelijk intact en ingericht zoals oorspronkelijk het geval was. Het is te bezichtigen tijdens rondleidingen. Opdat we niet vergeten hoe we er voorstonden in een niet eens zó ver verleden.

Geschreven door Len Janssens​

Bronnen

  • https://www.museumbeschermingbevolking.nl,
  • Merwijk, Tine van: Civiele verdediging in het tijdperk van de wederopbouw; Categoriaal onderzoek wederopbouw 1940-1965 Uitgegeven door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; 2007
Ook interessant
bouwwerken

Massaal schuilen in de stad

Kort na de Tweede Wereldoorlog was de angst voor nieuw geweld zo groot dat overal in Nederland de bouw begon van nieuwe schuilkelders. In ’s-Hertogenbosch lag in 1952 een plan klaar.

bouwwerken

Snellestraat 28: Het Misverstant

Op de hoek van de Snellestraat en het Begijnstraatje staat een pand dat we al eeuwenlang kennen onder de naam “Het Misverstant”. Inderdaad, gespeld met een “t”; men hield er vroeger een wat losser spellingbeleid op na dan tegenwoordig.