gebieden

Dieske, hoe een typisch Bossche legende ontstond

Dwalen door onze stad is en blijft een fantastisch leuke bezigheid. De kunst is om ook de “verborgen plekjes” te vinden. Niets mooier dan een hoek om te slaan en verrast te worden door een bijzonder gebouw of object. Zo’n bijzondere plek is bijvoorbeeld het Herman Moerkerkplein. Gelegen achter de onderdoorgang van de Korte Waterstraat. Pal in het centrum en toch voor menigeen onbekend. Hier lag tot de 15e eeuw de binnenhaven van de stad. De restanten van de waterpoort zijn er nog te zien. Je hebt hier een mooi kijkje over de Binnendieze met op de achtergrond panden die ooit deel uitmaakten van het Groot Ziekengasthuis.


Herman Moerkerkplein met beeldengroep


Dieske 

Dieske

Maar prominent in het midden staat een schitterende beeldengroep. We zien een fontein met daarop een klein bloot, plassend jongetje (Dieske) en op de grond, half liggend, een nar en aan de andere kant een minnepaar. De groep werd tussen 1991 en 1994 gemaakt door het Helvoirtse kunstenaarsechtpaar Jean Bremers (1935) en Marianne Bremers-Deiman (1943 - 2020). Ze signeren hun werk met JeanMarianne Bremers en/of met het samengesteld monogram JMB.

Als je goed kijkt zie je dat elk beeld afzonderlijk is gesigneerd: 

  • De luitspeler: "andre"  jeanmarianne  bremers  helvoirt  a.d. 1994
  • De jonkvrouw: "karina"  jeanmarianne  bremers  helvoirt  a.d. 1994
  • Dieske: "DIESKE"  JMB  beeldhouwers  jeanmarianne  bremers  helvoirt  a.d. 1991
  • De nar, op de rand van zijn pelerine: JMB JeanMarianne Bremers uit helvoirt a.d. 1992


Luitspeler en jonkvrouw

Een aardig weetje: de namen van het minnepaar, André en Karina zijn niet toevallig gekozen. Het zijn de namen van de zoon en schoondochter van Jean en Marianne Bremers.

Verder zien we naast de nar een bronzen, opengeslagen boek. Op de linker pagina lezen we: aangeboden aan de stad door stadspartij Knillis en stichting de Knillispoort. En rechts staat geschreven: vervaardigd naar een middeleeuwse gravure van Alaert du Hameel door Jeanmarianne bremers uit helvoirt nl a.d. 1991-1996.


Opengeslagen boek

Knillis en Alaert du Hamel

Een prachtige beeldengroep. Maar wat is dit nu precies en waarom staat het daar? Dan moeten we terug naar de late jaren 1980. De Bossche politieke partij Knillis vond dat er meer kleine fonteinen in de stad moesten komen en dat de band van de stad met het water meer benadrukt moest worden. Oprichter en voorman van Knillis, Antoine Jacobs, hield daartoe warme pleidooien, echter zonder veel succes. Dus nam Knillis zelf het initiatief. Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de partij bood men de stad een fontein aan. Op een schitterend plekje, pal achter De Knillispoort, het vaste honk van de partij.

Het ontwerp voor de fontein moest natuurlijk wel een Bosch’ tintje hebben. Een van de partijleden bladerde door het boek "Jeroen Bosch" van de Engelse schrijver Walter Gibson (Elsevier, 1974, blz 83) en zag toevallig een heel kleine afbeelding van een  gravure van Alaert duHamel (ca. 1450-1506), bouwmeester van de Sint Jan en tijdgenoot van Jheronimus Bosch. Zijn “Jong musicerend minnepaar bij een fontein” uit de collectie van het British Museum, was perfect bruikbaar.

Vanwege geldgebrek kon de hele groep niet in één keer worden gemaakt. In 1992 werd de fontein met het plassende jongetje geplaatst met daarnaast de achterover liggende nar. Pas later, in 1994 kwam het minnepaar erbij. Knillis was vooral enthousiast over die nar. Immers, zo stelden de partijleden, de politiek is als een schouwtoneel. En bovendien, good old Shakespeare zei het al: “De botheid van de nar is de wetsteen der wijzen”. Het was dan ook op zijn minst markant te noemen dat het gezicht van de nar sprekend op dat van Antoine Jacobs leek….


De nar


Op de lepel van de nar staat de tekst: De nar en de tijd kunnen het opnemen tegen verstand zonder intuïtie.

Zijn ze nou helemaal gek geworden….

Ter gelegenheid van de voorgenomen plaatsing van de fontein in 1992 schreef het Brabants Dagblad een artikel: “Den Bosch krijgt zijn eigen Manneken Pis!” Dat schoot bij 'self-made' historicus Peter-Jan van der Heijden.(1947-1999), verbonden aan het Bossche Stadsarchief, in het verkeerde keelgat:  “Zijn ze nou helemaal gek geworden! Manneken Pis hoort in België, dit is ’s-Hertogenbosch!!” Zijn weduwe Henny Molhuysen vertelde mij in 2016 hoe het in zijn werk ging: “Hij rende naar zijn bureau en begon als een bezetene op zijn toetsenbord te hameren. Binnen 15 minuten had hij het verhaal van Dieske op papier staan. In een handomdraai heeft hij de naam Dieske en de hele legende erom heen verzonnen”. Zo ontstond, met dank aan de verontwaardiging van een bevlogen historicus, een nieuwe stadslegende die door alle stadsgidsen nog steeds enthousiast wordt verteld.

De legende van Dieske

Vijfhonderd jaar geleden speelde de Bossche jeugd veel op straat. Één jongen was er die daarbij nogal opviel. Hoe hij eigenlijk heette, dat wist niemand, maar kennelijk had hij een zwakke blaas die hij regelmatig moest legen. Een openbaar toilet was er niet, daarom plaste hij meestal in de Binnendieze. Vandaar zijn bijnaam: Dieske. Op een dag was Dieske weer eens met zijn vriendjes aan het spelen. Op de stadsmuren (waar ze helemaal niet mochten komen!) amuseerden zij zich kostelijk.

Maar toen gebeurde het weer… Dieske moest zo nodig! Staande bovenop de muren wilde hij in de stadsgracht ver beneden hem wateren. Maar, wat zag hij daar aan de overkant? Er slopen enige mannen door het riet. Ineens herinnerde Dieske zich iets: de Geldersen zouden het kunnen zijn! Zij hadden immers na de dood van Karel de Stoute de Bourgondiërs uit hun gebied weten te verdrijven. En de Geldersen stroopten het land af om losgeld bijeen te krijgen om hun eigen hertog -die door de Fransen gevangen genomen was- vrij te kunnen kopen. Wat zouden de Geldersen doen? Ineens dacht Dieske eraan dat zij misschien ongemerkt de stad zouden proberen binnen te komen, en dan….

Dieske sloeg alarm, de poorten werden gesloten en iedereen snelde naar de stadswallen om 's-Hertogenbosch indien nodig te verdedigen. Dat was inmiddels niet meer nodig: na het alarmsignaal waren de Geldersen weggetrokken. Dieske was de held van de dag.

Men liep naar meester Jeroen om te vragen of die misschien niet een drieluik zou kunnen maken. Maar Jeroen was druk bezig met een groot paneel. Dan maar naar Alart Du Hamel.

Deze was juist een verliefd paar aan het tekenen bij een liefdesfontein. Alart hoorde het verhaal van Dieske en zei spontaan: "Daar zorg ik wel voor". Toen later de tekening klaar was, bleek Dieske bovenop een zuil van de fontein te zitten. En hij deed wat hij altijd al deed: plassen!

Bron: “Oe gotte kèk doar”, Henny Molhuysen, 1994.


Jong musicerend paar bij een fontein, gravure van Alaert du Hamel; 1478-1494. Londen, British Museum.

Bronnen

  • Molhuysen, H. : Oe gotte kèk daor (1994)
  • www.bossche-encyclopedie.nl
  • www.bastionoranje.nl
  • www.wikipedia.nl
  • Gesprek met H. Molhuysen d.d. 15/10/2016

Geschreven door Len Janssens

Ook interessant

gebeurtenissen
/>

De vaas en andere sporen van Vreugde

In de voorhal van het Groot Tuighuis staat een bijzondere plantenbak. Hoewel best fors van afmeting zien de meeste bezoekers die helaas volledig over het hoofd. En dat is heel jammer. Want wat zien we?