gebeurtenissen

De vaas en andere sporen van Vreugde

In de voorhal van het Groot Tuighuis staat een bijzondere plantenbak. Hoewel best fors van afmeting zien de meeste bezoekers die helaas volledig over het hoofd. En dat is heel jammer. Want wat zien we? De witte plantenbak is eigenlijk een gipsmodel van een grote vaas, althans een deel daarvan want de sokkel ontbreekt. Is dat bijzonder? Jazeker! Komt hij misschien toch een beetje bekend voor? Waarschijnlijk wel, want wie goed kijkt en een beetje bekend is in de stad, herkent hierin een heel markant object. Het origineel staat te pronken op de ovonde van het Julianaplein, vlakbij het station. Het is de “Vaas van Vreugde”.

Vaas van Vreugde? Een blije vaas? Nou nee, een vaas gemaakt door de Bossche beeldhouwer Louis Vreugde. Officieel: Johannes Ludovicus Vreugde (’s-Hertogenbosch 03-01-1868, Den Haag 03-11-1936). Hij was een beeldhouwer met nationale bekendheid. Zijn werk vind je overal in Nederland terug; in onze stad liet hij, naast deze vaas, ook nog andere sporen na.


De Vaas van Vreugde op het Julianaplein in 's-Hertogenbosch.


Andere zijde van de Vaas van Vreugde.

Waar moet hij staan?

Louis Vreugde maakte in 1912 een monumentale vaas van zandsteen in opdracht van de Vereniging ’s-Hertogenbosch Belang. Ter gelegenheid van haar 12,5 jarig bestaan wilde deze voorloper van de huidige VVV de vaas schenken aan de gemeente ’s-Hertogenbosch. Voorwaarde was dat deze vaas werd geplaatst in het rozenperk pal voor het station. Het college van B&W zag de vaas echter liever op het Julianaplein, op basis van verschillende argumenten. Zo zou het gevaarte met bloemen erin zo hoog worden dat het afbreuk zou doen aan het effect van de Drakenfontein. En ook lag het rozenperk niet precies uitgelijnd met het monumentale station van Eduard Cuypers.

Tijd dus voor de gemeenteraadsleden om zich uit te spreken. Raadslid Scheffers wilde de vaas in het rozenperk en kreeg daarbij steun uit onverdachte hoek: Eduard Cuypers, architect van het station was het met Scheffers eens. Raadslid Frans van Lanschot stelde voor eerst een gipsmodel te plaatsen om het effect te bekijken. Tegelijkertijd bleef de Vereniging ’s-Hertogenbosch Belang volharden in hun eis tot plaatsing voor het station. Het college gaf zich na enig geharrewar gewonnen: van 1913 tot 1978 prijkte de vaas in het rozenperk voor het station.


Stationsplein, gezien vanaf het station in oktober 1932. Bekijk op Beeldbank Erfgoed 's-Hertogenbosch.

Wat staat er op?

Op de sokkel staat de tekst: De Vereeniging s-Hertogenbosch Belang aan de gemeente s-Hertogenbosch anno 1913

Op de vaas zijn vier voorstellingen te zien die verwijzen naar uitspraken van de Bossche kroniekschrijver Albertus Cuperinus (ca. 1500-1560), schrijver van Die chronicke van der vermaerder ende vromer stad van 't s Hertogenbosch.

Aan de onderkant van de vaas zie je drie tekstregels. Die teksten hebben voor veel hoofdbrekens gezorgd. Als je de regels namelijk, zoals logisch lijkt, één voor één van links naar rechts leest, ontstaat een onbegrijpelijke tekst waar geen touw aan vast te knopen valt.

Pas in 1999 ontdekte men dat de regels niet doorlopend gelezen moeten worden. Ze staan in vier delen, gescheiden door een punt. Zo ontstaan vier verzen van drie regels die corresponderen met de vier voorstellingen op de vaas. In de juiste volgorde lezen we dan het citaat van Cuperinus:

dat volck van den bosch
is seer strijdbaer ende
moedich tegen sijn vijanden

doch blijckt onder die borgers
in geboren getrauwicheijt tot
haeren naturelijcken landsheer

groote charitate en meelijdende
bermherticheyt thonen sij den
ermen en gebreckelicke menschen

Sij sijn seer neerstich om haer broot te winnen
sij doen haer kinderen van joncx op een ambacht
leeren scholen gaen of leeren comenschappen

Tip: Ga eens, met deze teksten bij de hand, van dichtbij kijken naar de vaas en ontdek welke voorstelling bij de vier teksten hoort!

De vaas voorgoed verloren?

De vaas overleefde de oorlog zonder veel schade, maar het station van Cuypers was verwoest. Dus kwam er in 1952 een nieuw station, ontworpen door architect Sybold van Ravesteyn. De vaas bleef echter staan waar hij stond, pal voor het station.

Maar toen de zandstenen vaas in 1978 tijdelijk moest worden verwijderd in verband met de reconstructie van het stationsplein, bleek deze in deplorabele staat te zijn. Hij brak in stukken die niet meer te restaureren waren. Een voorstel voor een replica, in een geschikter materiaal, haalde het vanwege de hoge kosten toen niet. Einde vaas……

Een replica in brons

De ommekeer kwam in 1999: Eddy Smits, werkzaam bij de gemeentelijke afdeling Bouwhistorie Archeologie en Monumenten, publiceerde in het tijdschrift ‘Bossche Bladen’ een artikel over de vaas dat de opmaat werd tot eerherstel. Het originele gipsmodel van de figuren op de vaaswand bleek er nog te zijn. Dat was al in 1966 door de weduwe van Louis geschonken aan de gemeente. Het lag daarna tientallen jaren op de zolder van de Moriaan (het VVV-kantoor) en raakte daar in de vergeethoek. Door de hernieuwde roep om restauratie werd het “herontdekt” en in 2003 overgebracht naar het depot van de BAM (Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten, nu: Erfgoed ’s-Hertogenbosch) .

Op basis van het gipsmodel en foto’s maakte de bekende Brabantse ambachtsman/kunstenaar Toon Grassens een bronzen replica die op 5 oktober 2003 op het Julianaplein werd onthuld. Waarmee 90 jaar na dato de vaas alsnog de van gemeentewege gewenste voorkeursplaats kreeg.


Replica van de Vaas van Vreugde in 2003.


Het gipsmodel in het Groot Tuighuis in 2020. 

Nog meer sporen van Vreugde

Er zijn nog twee creaties van Louis Vreugde te vinden in onze stad. Opdrachtgever voor beide werken was de Bossche arts G.J.P. Daniels (1872-1933), goede vriend van Louis. Ze kenden elkaar via hun wederzijdse vriend Piet Slager. Dokter Daniels was 25 jaar als arts werkzaam in de stad. Zijn eerste opdracht aan Louis Vreugde tot het ontwerpen van een beeldhouwwerk moet voor beiden niet gemakkelijk zijn geweest.

De engel van Keesje

In het oudere deel van de Begraafplaats Orthen, rechts van de kapel, staat een bijzonder, ontroerend kindergrafmonument. Het stelt een engel voor, staande op een wolk. Ze houdt een slapende kleine jongen in een matrozenpakje vast die zijn armpjes om haar nek heeft geslagen. Het beeldje is ongeveer 1,5 meter hoog en staat op een sokkel met de tekst: Keesje Daniëls 24 juni 1903 – 3 januari 1906. Het jongetje, zoon van dokter Daniëls en zijn vrouw Paulina van Wamel, overleed aan difterie. Louis modelleerde het aandoenlijke kindergezichtje naar dat van Keesje. Men vermoedt dat het serene engelengezicht lijkt op de echtgenote van dokter Daniels.

Het markante beeld van hoge kunsthistorische waarde is landelijk bekend bij kenners van grafmonumenten. Het figureert als blijkvanger in talloze publicaties en ook op de homepage van Begraafplaats Orthen. Hoewel het vanaf 2002 een rijksmonument is staat het er anno 2020 verkommerd bij. Niet alleen wordt het bijna verdrongen door een grote boom, het zandsteen is ook sterk aangetast en beschadigd. Spoedige restauratie lijkt dan ook noodzakelijk voor het behoud van dit ontroerende monumentje.


De engel van Kees, Begraafplaats Orthen in 2020.

Woonhuis Van der Does de Willeboissingel 13

Van geheel andere, meer opgewekte aard was de tweede opdracht van Daniels aan Louis Vreugde. Dokter Daniels liet in 1910 een woonhuis met praktijk bouwen aan de statige Van der Does de Willeboissingel.

De markante villa, gesitueerd op de hoek met de Capucijnenlaan, werd ontworpen door architect P. Kuiper jr. en valt op door de eenvoudige bakstenen voorgevel met daarop uitbundige, bijna barokke natuurstenen guirlandes met ranken en engeltjes. Juist die opvallende ornamenten op de balkons en om de centrale ingang, natuurlijk van de hand van Louis Vreugde, geven een voorname allure aan dit huis.


Woonhuis Van der Does de Willeboissingel 13 in 2020.


Detailopname van woonhuis.

Bosch’ erfgoed

Drie sporen van een groot kunstenaar in onze stad, en alle drie van monumentale waarde. Eén daarvan, de vaas, gelukkig ternauwernood gered -al is het dan als replica.  Van de twee andere – beide aangewezen als rijksmonument – verkeert de dokterswoning in prima staat. Maar de engel van Keesje behoeft op korte termijn aandacht. Dat verdient het werk van Louis Vreugde, want het is Bosch’ erfgoed met nationale allure!

Bronnen

Geschreven door Len Janssens

Meer over

beeldhouwkunst

Ook interessant