archeologie

Archeologisch onderzoek Sint Janssingel en Westwal

Voor het ontwikkelingsplan vestingwerken 'Versterkt Den Bosch'  is in 2008 begonnen met de restauratie en gedeeltelijke reconstructie van de stadsmuur langs de Sint Janssingel en de Westwal. 

De werkzaamheden zijn voorafgegaan door archeologisch onderzoek om de exacte positie vast te stellen van delen van de muur die na de sloop aan het eind van de 19de eeuw niet meer zichtbaar waren. Tijdens de huidige werkzaamheden wordt de hele muur gedocumenteerd om tot een betrouwbare reconstructie te komen.

De muur langs dit tracé is in twee perioden aangelegd. Het gedeelte vanaf de Wilhelminabrug tot aan Achter de Boogaard behoort tot de tweede stadsmuur die vanaf het eind van de 13de eeuw is aangelegd en rond het midden van de 14de eeuw voltooid was. Het gedeelte tot aan het Heetmanplein behoort tot de uitbreiding van de Vughterdriehoek, die aan het eind van de 14de eeuw bij de stad werd getrokken. Overigens was daar eerst sprake van een aarden wal. De muur is pas in de tweede helft van de 15de eeuw aangelegd.

Luchtfoto met de locatie van de werkzaamheden met hetzelfde deel op de kaart van Blaeu uit 1649.

Het voorafgaande archeologische onderzoek heeft duidelijk gemaakt, dat de stadsmuur op plekken waar hij niet meer zichtbaar was onder het maaiveld nog goed bewaard was gebleven, waarbij hij afwisselend dieper en minder diep was weggebroken. Uiteraard was hij niet meer in zijn oorspronkelijke staat. Veranderende krijgstechnieken, zoals steeds krachtiger wordend geschut, dwongen tot aanpassingen van de middeleeuwse muur. Maar ook waren er perioden van verwaarlozing waardoor de muur na verloop van tijd moest worden hersteld.

 

Belangrijke aanpassingen vonden plaats rond 1540. De vuurkracht van het geschut was dusdanig toegenomen, dat de middeleeuwse muren hier niet meer tegen bestand waren (links). Er werd een aarden wal achter de muur opgeworpen als extra buffer (midden). In de 17de eeuw werd de muur verlaagd en de aarden wal nog eens verzwaard (rechts).

De middeleeuwse muur was echter nooit als keermuur bedoeld en door de druk van de aarden wal begon hij na verloop van tijd voorover te hellen. Bovendien werd hij aangetast door de hoge waterstand van de regelmatige militaire inundaties. In 1614 werd de toestand van de stadsommuring vastgelegd door de ingenieurs Bollyn en Van Thienen.

Links een tekening van Bollyn en Van Thienen uit 1614. De muur helt  voorover en de schade door de hoge waterstanden is ook duidelijk aangegeven. Rechts een fragment zoals in 2008 aangetroffen in vrijwel identieke toestand (de stadsgracht ligt links). Omdat dit een gedeelte is dat binnen het grondpakket van Bastion Maria kwam te liggen, is dit niet afgebroken of hersteld. Het laat zien dat Bollyn en Van Thienen niet hebben overdreven.

De laatste echt grote veranderingen aan de stadsmuur vonden plaats in het eerste kwart van de 17de eeuw. Toen werden er op meerdere posities langs de muur bastions aangelegd om een betere dekking langs de muur te krijgen. Op de kaart van Blaeu (boven) zijn de bastions Maria (midden) en Deuteren (rechts) afgebeeld.

De stadsmuur van noord tot zuid

Hieronder volgt van noord naar zuid (op de kaart van Blaeu van links naar rechts) een aantal opvallende resultaten van het archeologisch onderzoek langs de Sint Janssingel en de Westwal.

De muur langs de Sint Janssingel. De vroeg 14de-eeuwse muur is herkenbaar aan de rode baksteen. De hogere delen zijn resten van de steunberen aan de binnenkant van de muur. Links daarvan en iets dieper weggebroken ligt de zware 17de-eeuwse muur die vóór de middeleeuwse muur is gezet. Hij helt naar rechts om de druk van de wal te kunnen opvangen.

De noordelijke muur van het Sint Jansbolwerk. Dit bolwerk was na 1528 aangelegd en had de middeleeuwse Koepoort vervangen. In 1597 werd een nieuwe doorgang in dit bolwerk gemaakt en het is die situatie die is aangetroffen. De zware muur op de foto is het 17de-eeuwse herstel. Daarboven zijn de afgehakte stenen van de voorganger zichtbaar. Rechts een detail van de houten fundering onder de muur.

Bij rioleringswerkzaamheden in het Sint Jansbolwerk kon de muurtoren die oorspronkelijk deel uitmaakte van de tweede stadsmuur vrijgelegd worden. Hij bleek nog opvallend goed bewaard.

Het was een halfronde toren met drie schietgaten (pijlen). Twee daarvan bestreken de muur, de derde was gericht op een naderende vijand. Deze laatste was interessant, omdat hij afweek van het standaardtype.

Links een gebruikelijk spits toelopend schietgat voor hand- of kruisboog. Rechts het westelijke schietgat dat oorspronkelijk ook spits toeliep, maar later verbreed is. Het ligt voor de hand, dat dat gebeurd is toen men in de loop van de 15de eeuw overging op vuurgeschut. Alledrie de schietgaten zijn overigens rond 1530 dichtgemetseld, toen het Sint Jansbolwerk werd aangelegd en de toren haar verdedigende functie verloor.

Die nieuwe situatie is weergegeven op de kaart van Braun-Hogenberg van rond 1580 (links). De muurtoren is als het ware ingepakt in het aardlichaam van het bolwerk dat een nieuwe poort heeft gekregen. Het gedeelte van de toren dat boven het bolwerk uitsteekt is omgevormd tot woning, mogelijk de poortwachterswoning. Het is deze situatie die bij het archeologisch onderzoek is aangetroffen. In de toren was een baksteenvloer aangebracht, de schietgaten waren dichtgemetseld en de binnenkant van de toren was iets uitgehakt, blijkbaar om meer ruimte te krijgen. Aan de achterzijde van de toren was een nieuwe muur geplaatst waarin een schouw was verwerkt (rechtsboven).

Na 1629 verdween de toren definitief uit het stadsbeeld toen er weer een geheel nieuwe poort werd gebouwd met een nieuw poortwachtershuis. Deze lag niet meer centraal in het bolwerk maar aan de zuidzijde (zie het roodomrande detail op de kaart van Blaeu hierboven).

De aansluiting van het Jansbolwerk op de muur. Precies in de hoek is een riooluitgang gemaakt. Bij het 17de-eeuwse herstel van het 16de-eewse bolwerk is gebruik gemaakt van natuurstenen blokken (linksonder).

Op afbeelding links de stadsmuur ten zuiden van het Sint Jansbolwerk. De lange rij steunberen zijn van de 14de-eeuwse muur. De dieper weggebroken muur is het 17de-eeuwse herstel.

Op afbeelding rechts de positie van de halfronde hoektoren. Links en rechts staan de twee steunberen die de aanzet vormden voor de toren. Door de aanleg van de zware 17de-eeuwse muur (voorgrond) is de toren als het ware afgesneden. In de linker steunbeer is een trap opgenomen die naar de weergang leidde.

Van Bastion Maria, aangelegd tussen 1614 en 1624, is niet veel bewaard gebleven. Bij de gedeeltelijke sloop van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw werd ook de loop van de Dommel gewijzigd. Omdat Bastion Maria en Bastion Deuteren volledig in het water lagen zijn deze dan ook voor het grootste deel gesloopt. De linkerfoto geeft een overzicht van de restanten net ten noorden van het bastion. De rechterfoto toont een fragment van de zuidelijke muur die de gracht instak.

De omgetrokken muur wordt gedocumenteerd. Diverse interessante details kwamen hierbij aan het licht.

Diverse schietgaten waren bewaard. Links een taps toelopend schietgat.  Door de hoogte in de muur moet hij bedoeld zijn geweest voor een verdediger met hand- of kruisboog. Het rechter schietgat was zandlopervormig en de opening was groter. Omdat hij lager in de muur zat is deze waarschijnlijk bedoeld geweest voor een kanon.

Door de opvallende gaafheid van de muur langs de Westwal is besloten een deel ervan te bergen en later in het vernieuwde Bastion Maria op te stellen.

In 2010 is het project aan het Bastion Maria afgerond. Een deel van de oude 15de-eeuwse muur met schietgaten is opgenomen in de nieuwe situatie. Boven de stadszijde van de muur. Onder de buitenzijde.

Ook interessant
archeologie

Archeologisch onderzoek Muntelbolwerk

In september/oktober 2006 is er naar aanleiding van de sloop van het St.Jozefhuis of Bloedbank archeologisch onderzoek verricht naar de hier gelegen vestingwerken.