archeologie

Archeologisch onderzoek op Bastion Oranje

In het kader van het project Vestingwerken werd binnen het Bastion Oranje het zogenaamde Bastionder aangelegd. Het Bastionder is een ondergrondse presentatieruimte op het Bastion Oranje waarin een deel van de tweede middeleeuwse stadsommuring wordt opgenomen samen met het bekende kanon "Stuer Gewalt".

Voor de planvorming is al diverse malen archeologisch onderzoek verricht naar de muur en bijbehorende muurtoren. Tot nu toe was de binnenzijde van de middeleeuwse muurtoren nog niet onderzocht. Dit onderzoek heeft vanaf 1 mei 2007 plaatsgevonden en heeft een aantal nog niet bekende inzichten in de kennis over de tweede ommuring opgeleverd.

Bastion Oranje met de positie van de 14de-eeuwse muurtoren tegen de tweede stadsmuur.

Bastion Oranje is het laatste van de bastions die zijn aangelegd. Het werd gebouwd in 1634, nadat de stad door de Staatse troepen was ingenomen, in tegenstelling tot de andere bastions die gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) gebouwd zijn. Bij de bouw kwam een gedeelte van de middeleeuwse ommuring binnen het bastion te liggen.

Een blik in de muurtoren met de knik in de tweede stadsmuur. 

Precies op de knik was in de dikte van de muur een trap verwerkt die naar de weergang en de kantelen leidde. De rode pijlen geven de looprichting aan. Na de aanleg van een muurtoren is deze trap gedeeltelijk weggehakt en dichtgezet.

Eén van de belangrijkste constateringen van het archeologisch onderzoek is, dat de muurtoren niet gelijktijdig met de tweede stadsmuur is aangelegd. De bouw van de tweede stadsmuur is vermoedelijk kort na 1300 gestart en midden 14de eeuw voltooid. De toren is pas aan het eind van de 14de eeuw gebouwd. Oorspronkelijk ging men vanuit  een opening in de muur (groen) rechts de trap op naar de weergang. Na aanleg van de toren is de trap afgedankt  en voor de toegankelijkheid van de toren hakte men een deuropening in de bestaande muur (rood). Na de aanleg van het bastion in 1634 werd deze doorgang op zijn beurt overbodig en werd hij dichtgemetseld (bruin).

In de toren werd voor de verdediging een drietal schietgaten opgenomen. Twee gaten bevinden zich aan de zijkant van de toren om de voorzijde van de stadsmuur te kunnen verdedigen en één aan de voorzijde om over de gracht richting het Bossche Broek te kunnen schieten. De toren was voorzien van een verdieping die aansloot op de weergang van de muur.

Detail van één van de drie dichtgezette schietgaten.

Van één van de schietgaten is bij de aanleg van het  Bastionder de dichtzetting verwijderd, zodat het oorspronkelijke schietgat weer zichtbaar is geworden. De buitenzijde van het taps toelopende schietgat bleek getand uitgevoerd. Dit om te voorkomen dat kogels eenvoudig naar binnen zouden kunnen ketsen. Hoewel dit de eerste keer is dat dit in 's-Hertogenbosch is aangetroffen, is bekend dat een dergelijke vorm van een schietgat nog tot aan het eind van de 19de eeuw bij militaire versterkingen werd toegepast.
 

Linksonder het schietgat vanaf de buitenzijde. Rechtsonder een reconstructietekening.

Direct na het bouwen van de muur, dus nog voorafgaand aan de bouw van de toren, is een groot terrein buiten de muur opgehoogd en in gebruik genomen als een gedeelte van de stad buiten de muur (ook wel bekend als het Molenerf, zoals dit is afgebeeld op de plattegrond van Jacob van Deventer). Dit betekent dat er in de vroegste fase direct buiten langs de muur géén stadsgracht aanwezig was. Vermoedelijk was het opgehoogde en bebouwde Molenerf aan de buitenzijde wel voorzien van een gracht. Uit historische bron is bekend dat hier verschillende huizen op stonden en een gasthuis, het  Adam van Miertgasthuis. Op de kaart van Van Deventer staan ook twee molens getekend. Bovendien blijkt er nu wèl een gracht langs de muur en de toren te lopen.

Het zandige ophogingspakket van het Molenerf buiten de stadsmuur. Links is de ingraving van de toren.

De kaart van Jacob van Deventer (1545) met de onderzochte muurtoren en het vóór de stadsmuur gelegen Molenerf met twee molens. Op dat moment is de overige bebouwing al gesloopt.

In de jaren 1542-1543 wordt , ten gevolge van de onrust met de Hertog van Gelre en de dreiging die hiervan uitging, de bebouwing op dit buiten de muur gelegen terrein gesloopt om te voorkomen dat deze bebouwing gebruikt kon worden voor de belegering van de stad. 

Rond 1590 wordt de toren afgetopt en met grond dichtgegooid om kanonnen op de toren te kunnen plaatsen. Deze activiteit hangt samen met de dreigende belegeringen van Maurits. In deze periode zijn de schietgaten en de doorgang in de stadsmuur dichtgemetseld. 

Bij de bouw van het bastion raakt de defensieve functie van dit deel van de muur geheel buiten gebruik doordat dit deel binnen de muur komt te liggen.

Op de kaart van Blaeu uit 1649 staat het Bastion Oranje afgebeeld. De muurtoren en de bijbehorende gracht zijn nog altijd zichtbaar. Op het Bastion staat een standerdmolen die toebehoorde aan het Groot-Ziekengasthuis. Deze werd in 1674 vervangen door een stenen stellingmolen. In 1848 werd er naast de molen een gebouw met stoommachine gebouwd dat uitgroeide tot een olie- en meelfabriek. Molen en stoomfabriek verdwenen in 1885 uit het stadsbeeld.

Gezicht op Bastion Oranje vanaf de Grote Hekel, kort na 1870. Op het Bastion de stoomfabriek met schoorsteen en de romp van de molen.

In de maanden december 2007 en januari 2008 werd de bouwput voor het  "Bastionder" uitgegraven, waardoor de buitenzijde van de 14de-eeuwse stadsmuur en de laat 14de-eeuwse toren volledig bloot kwam te liggen.

Links in de toren zit een groot gat (hier met hout gestut). Of dit de inslag van een kanonskogel is geweest is niet duidelijk. De schuine lijn die over de toren loopt geeft het oorspronkelijke talud van schoon zand aan ten tijde van de aarden wal, toen het bastion nog niet helemaal gevuld was.

Een verrassende ontdekking was de aanwezigheid van een primair in de muur aanwezig poortje (rood) dat toegang tot het Molenerf moet hebben gegeven. Buiten de grote officiële poorten waren er wel meer van dit soort kleine poorten naar buiten, die in tijden van gevaar makkelijk konden worden afgesloten. Het ligt hier half verscholen achter het zware muurwerk van het latere bastion.

Door de omvang van de bouwput kwam ook de locatie van de molen binnen bereik. Hiervan is echter niets gevonden, waarschijnlijk omdat hij op een verhoging heeft gestaan en deze al eerder is verdwenen. Wel zijn er nog enkele restanten van de stoomfabriek aangetroffen, waaronder een waterkelder.

Op 1 april 2009 tenslotte is het Bastionder officieel geopend en het vormt nu onderdeel van de toeristische vaarroute over de Binnendieze.

Het kanon Stuer gewalt wordt naar binnen getakeld en op een nieuw affuit geplaatst.

Het Bastionder rijst op uit het Bastion Oranje.

Ook interessant

archeologie

Archeologisch onderzoek Muntelbolwerk

In september/oktober 2006 is er naar aanleiding van de sloop van het St.Jozefhuis of Bloedbank archeologisch onderzoek verricht naar de hier gelegen vestingwerken.