Vreemdelingenregistratie aan de poorten

De eerste registraties van tijdelijke bezoekers aan ’s-Hertogenbosch dateren uit het begin van de zestiende eeuw. De klerken aan de poorten noteerden de namen van in- en uitgaande personen die  door de stadspoorten gingen. Dit gebeurde in de maanden juni en juli. Bijhouden van bezoekers hing ook samen met de aanwezigheid van een militaire dreiging.

Registratie tijdens de Opstand

Tijdens de Opstand werden de bezoekers tijdelijk bijgehouden door schutters in plaats van de klerken. Vanaf 1583 kwamen de klerken (die de taak weer hadden overgenomen van de schutters) in dienst van de stad. Daarvoor werden ze als het ware ‘ingehuurd’ door de stad. Deze ‘schrijvers aan de poort’ kregen een lange instructie waaraan ze zich moesten houden.

Uit de instructie uit 1583 blijkt dat men nog steeds de dreiging van de oorlog voelde. De klerken mochten bijvoorbeeld niet van hun post. Een luchtigere bepaling was dat de klerken geen ‘speeltafel’ mochten exploiteren.

Reglement uit 1766

Het laatste bekende reglement, uit 1766, kent geen bepalingen meer die met een militaire dreiging te maken hebben. De wachters van het garnizoen voerden de taak uit, buiten de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur. Toch is in het archief van het stadsbestuur van ’s-Hertogenbosch een serie registers bewaard gebleven op basis van de instructie uit 1766: NL-HtSA Archiefnummer 0001 Stadsbestuur ’s-Hertogenbosch, 1262-1810, invnrs. 3353-3369.

Het gaat om de Vughterpoort, de Boom, de Sint Janspoort, De Orthenpoort, de Hinthamerpoort en de Grote Hekel. Niet in alle registers staan namen van in- of doorreizenden. In de registers van de Grote Hekel is alleen geturfd hoeveel mensen er passeerden. Deze laatste registers zijn dan ook niet ingevoerd in de database.

Online zoeken

De inventarisnummers 3353-3365 over de periode 1766 tot en met 1793 zijn op de website te doorzoeken. In deze database zijn de volgende gegevens opgenomen: achternaam van de vreemdeling, bij welke poort binnen gekomen, op welke datum, de plaats waar hij vandaag komt, hoe hij heeft gereisd en waar hij heeft verbleven (in welk logement of bij welke persoon, instantie), of de vreemdeling op doorreis was (met eindbestemming) of de stad als eindbestemming had (‘inreizend’) en welk beroep hij had. Natuurlijk zijn deze gegevens alleen ingevuld wanneer dit ook in de bron staat.

Vrouwen

Hierboven is met opzet alleen sprake van ‘hij’. Er zijn namelijk nauwelijks vrouwen geregistreerd… Dit betekent niet dat vrouwen niet reisden. Waarschijnlijk werden ze ofwel niet geregistreerd (wanneer ze alleen reisden) ofwel werden alleen de namen van hun mannelijke metgezellen vastgelegd.

Interessant voor onderzoek

De registers bevatten dus informatie over de in- en doorreizende personen, hoe ze reisden en waar ze verbleven. Interessant voor onderzoek naar bijvoorbeeld de schippers, logementen in de stad ’s-Hertogenbosch, transportmiddelen en statistiek. Onderzoek aan de hand van deze registratie kan misschien meer licht werpen op het functioneren van ’s-Hertogenbosch in een handels- of scheepvaartnetwerk.

Meer informatie

Zie voor meer informatie over deze bron het artikel ‘Bossche schrijvers aan de poort’ geschreven door Rolf Hage in: Bossche Kringen jrg. 3 (2016) nr. 3 (mei) blz. 24-29. Bekijk het artikel in Bossche Kringen.