gebieden

De Doode Stroom wordt weer beleefbaar

Van een stinkende sloot tot blikvanger in een nieuwbouwproject. De Doode Stroom komt in 2019 weer tot leven. Eddie Nijhof, archeoloog bij Erfgoed 's-Hertogenbosch, geeft tekst en uitleg.

De Drie Mollen

Al vanaf het begin van de negentiende eeuw was koffiebranderij De Drie Mollen een begrip in 's-Hertogenbosch. Deze bevond zich aan de Hinthamerstraat ter hoogte van het steegje Achter de Mollen. Eigenaar was de familie Sweens die in het woonhuis De Drij Swarte Mollen woonde. De koffiebranderij werd later uitgebreid met een theepakkerij. De fabriek was tot in 1985 actief. Daarna verplaatste de productie naar Bolsward in Friesland. Het winkeltje met zijn nostalgische winkelinterieur sloot zijn deuren in 2013.

Afb. 1: Winkel koffiebranderij 'De Drie Mollen' in 1980.

Afgesloten en omgevormd

In de loop van de jaren zijn delen van het gebouwencomplex afgestoten en tot woonruimte omgevormd. In de oorspronkelijke theepakkerij zat tot nog voor kort het Europees Keramisch Werk Centrum (EKWC). Inmiddels is plaats gemaakt voor de bouw van negen herenhuizen. De ontwikkelaar MWPO heeft hiervoor het bouwplan ‘Negen Heren’ ontwikkeld. Tijdens de planontwikkeling bleek dat van een oorspronkelijke Diezetak meer bewaard was gebleven dan vooraf gedacht. Hierop zijn de plannen aangepast, waarbij de Binnendieze weer beleefbaar wordt voor de Bosschenaren.

Handelsfunctie

Het terrein ligt aan de noordzijde van de Binnendieze. De hier aanwezige Diezetak is de natuurlijke tak van de beddingen van Dommel en Aa die iets ten oosten samenvloeiden. Door deze samenvloeiing was er meer water beschikbaar en was dit deel beter bevaarbaar. Het is dan ook om deze reden dat aan dit deel van de Dieze de belangrijkere huizen, vaak met een handelsfunctie, aangelegd werden. In de oudste fase van de stad lag aan deze stroom de haven van de stad binnen de eerste stadsmuur. Aan de noordzijde van deze stroom lag een lager gelegen gebied dat door deze ligging veel minder aantrekkelijk was voor bewoning.


Afb. 2: Uitsnede uit een kadastrale minuut met daarop aangegeven het plangebied. Aan de noordzijde staat de nog te graven Zuid-Willemsvaart al geprojecteerd.

Zuid-Willemsvaart

Op de oudere kaarten zien we dan ook dat het terrein dat nu ontwikkeld gaat worden altijd leeg is gebleven. Een belangrijke ontwikkeling was de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in de jaren 20 van de negentiende eeuw. Hierdoor werden aan beide kanten van het kanaal wegen aangelegd. Het gebied kreeg nieuwe impulsen en er werden nieuwe woningen gebouwd. De oudste kadastrale minuut toont een brug over de Dieze van het steegje Achter de Mollen naar een gebouwtje dat met de aanleg van de Zuid-Willemsvaart verdwenen is. Op latere kaarten is te zien dat geleidelijk aan ten westen van de brug, over het water, huizen zijn gebouwd.

Stinkende sloot

De aanleg van de Zuid-Willemsvaart had ook gevolgen voor de waterhuishouding. De watertoevoer van dit deel van de Binnendieze werd door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart afgesneden. Hierdoor vond er geen doorstroming meer plaats. Door de lozingen van toiletten en afvalwater werd dit deel van de Binnendieze uiteindelijke een vuile, stinkende sloot. Om die reden werd dit stuk van de Binnendieze (tot aan de Bank van Lening) ook wel de Doode Stroom genoemd. Toch heeft het ongeveer een eeuw geduurd voordat er maatregelen werden genomen. In 1929 werd besloten om dit deel van de Dieze buiten gebruik te stellen. Grote delen van de Dieze werden gedempt en er werd een betonnen riool aangelegd.

Afb. 3: Foto uit 1929 van het dempen van de Doode Stroom. Het nieuwe riool wordt in de bestaande bedding van de Dieze gelegd. Links is de Bank van Lening zichtbaar.

Nieuwbouw

Het plan van projectontwikkelaar MWPO was om voor deze locatie een negental herenhuizen te bouwen met behoud van de gevels van een deel van de panden aan de Zuid-Willemsvaart. In het plan was echter geen rekening gehouden met de loop van de oorspronkelijke Binnendieze. Tijdens bouwtechnische werkzaamheden bleek dat zich onder de vloer van het EKWC een holle ruimte moest bevinden. Bij nader onderzoek door de ontwikkelaar werd een luik ontdekt dat toegang gaf tot deze ruimte. Na opening hiervan bleek zich onder deze vloer een geweldige overwelfde ruimte te bevinden van de oorspronkelijke Dieze. Het betrof de kademuren van de Dieze, een tweetal overwelvingen en de oorspronkelijke brug van het straatje Achter de Mollen.

Afb. 4: Het gewelf van stalen balken met daartussen bakstenen troggewelfjes. Op de achtergrond het originele bruggetje van de steeg Achter de Mollen.

Sluitsteen

Het oudste gewelf dat hier bewaard is gebleven, was voorzien van een sluitsteen met de tekst ‘TEULINGS 1889’. Op het bovenste deel van de steen is C.N. te lezen (Coenraad Nicolaas). Het hierop aansluitende gewelf was iets jonger en bestond uit stalen balken met daartussen gemetselde troggewelfjes. Het gewelf van Teulings was in een uitstekende staat, in tegenstelling tot het jongere gewelf waarvan de stalen balken zeer slecht waren.


Afb. 5: De sluitsteen in het gewelf aangebracht voor de drukkerij Coenraad Nicolaas Teulings in 1889.

Oud en nieuw verweven

Na bezoek van de ontwikkelaar, de architecten van het plan en medewerkers van Erfgoed 's-Hertogenbosch was iedereen het erover eens dat het de moeite waard was om te kijken of de aangetroffen Diezetak ingepast kon worden in het ontwerp voor de nieuwe woningen. Dit heeft ertoe geleid dat een gedeelte van de Dieze weer opengelegd wordt en een prominente rol speelt bij de inrichting van de openbare ruimte tussen de woningen. Het gewelf van Teulings wordt prominent zichtbaar. Daarnaast wordt het bruggetje van de Drie Mollen, dat waarschijnlijk nog uit de zeventiende eeuw stamt, gerestaureerd. In de toekomstige situatie zal er geen water terugkomen in dit deel van de Binnendieze. In de oorspronkelijke waterloop zal op een verhoogd niveau, circa 50 centimeter boven het oorspronkelijke waterpeil, een varentuin worden aangelegd.

Afb. 6: Artist impression van de nieuwe situatie van het project Negen Heren, met daarbij een beeld van de toekomstige openlegging van de Doode Stroom.

Dit artikel verscheen eerder in Bossche Kringen (Nummer 4, 2018) 29-32.

Ook interessant
archeologie

Onderzoek aan de Dode Nieuwstraat

In het gebied tussen de Pensmarkt en de Snellestraat bevond zich tussen 1228 en 1629 het Minderbroedersklooster. In 2008 werd hier archeologisch en bouwhistorisch onderzoek gedaan.